BWBR0008074
Geldig vanaf 2019-06-14
Artikel 49a
Reglement rijbewijzen
1. De begeleiderspas wordt bij de Dienst Wegverkeer aangevraagd door de in artikel 34, eerste lid, onderdeel c, bedoelde persoon die ten tijde van de aanvraag van de begeleiderspas de leeftijd van ten minste 16 jaren en zes maanden heeft bereikt en wordt, na betaling van de hiervoor door de Dienst Wegverkeer vastgestelde kosten, door die dienst aan deze persoon verstrekt.
2. De aanvraag van een begeleiderspas, alsmede de wijze van betaling van de daarvoor vastgestelde kosten, geschiedt op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze.
3. Ten behoeve van de afgifte van de begeleiderspas heeft zich op zijn vroegst zes maanden voor de zeventiende verjaardag van de te begeleiden persoon ten minste een beoogd begeleider gemeld bij de Dienst Wegverkeer op de door die dienst voorgeschreven wijze.
4. Ten behoeve van de behandeling van de aanvraag van de begeleiderspas raadpleegt de Dienst Wegverkeer:
a. de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager en van de begeleider;
b. het CBR, teneinde na te gaan of er sprake is van een van de in artikel 49b, onderdeel d, onder 4°, bedoelde situatie;
c. het rijbewijzenregister teneinde na te gaan of er sprake is van een van de in artikel 49b, onderdelen b, c en d, onder 1°, 2°, 3° en 5°, bedoelde situaties.
5. Op de begeleiderspas worden ten hoogste vijf begeleiders vermeld.
2. De aanvraag van een begeleiderspas, alsmede de wijze van betaling van de daarvoor vastgestelde kosten, geschiedt op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze.
3. Ten behoeve van de afgifte van de begeleiderspas heeft zich op zijn vroegst zes maanden voor de zeventiende verjaardag van de te begeleiden persoon ten minste een beoogd begeleider gemeld bij de Dienst Wegverkeer op de door die dienst voorgeschreven wijze.
4. Ten behoeve van de behandeling van de aanvraag van de begeleiderspas raadpleegt de Dienst Wegverkeer:
a. de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager en van de begeleider;
b. het CBR, teneinde na te gaan of er sprake is van een van de in artikel 49b, onderdeel d, onder 4°, bedoelde situatie;
c. het rijbewijzenregister teneinde na te gaan of er sprake is van een van de in artikel 49b, onderdelen b, c en d, onder 1°, 2°, 3° en 5°, bedoelde situaties.
5. Op de begeleiderspas worden ten hoogste vijf begeleiders vermeld.