BWBR0008056
Geldig vanaf 1996-05-25
Artikel 2
Regeling Financiering Actieprogramma’s Jeugd en Veiligheid 1996-1999
1. Het gemeentebestuur verschaft binnen negen maanden na afloop van het jaar waarvoor de bijdrage is toegekend, de minister van Binnenlandse Zaken schriftelijk
a. informatie als bedoeld in artikel 182, achtste lid, van de Gemeentewet over de besteding daarvan en
b. informatie over de gerealiseerde activiteiten en de hiermee samenhangende uitgaven waarvoor de bijdrage is toegekend.
2. Binnen drie maanden na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister van Binnenlandse Zaken de bijdrage definitief vast.
3. De minister van Binnenlandse Zaken kan een verleende bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewetdan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, blijkt dat het bedrag niet in overeenstemming met deze regeling is besteed.
4. Indien in enig jaar geld onbesteed blijft dan kan dit voor hetzelfde doel gereserveerd blijven. De gemeente dient hiertoe een bestedingsvoorstel in bij het ministerie van Binnenlandse Zaken als onderdeel van de verantwoording.
5. De minister van Binnenlandse Zaken kan nadere regels stellen over de reikwijdte van de accountantscontrole en de inhoud van de accountantsverklaring als bedoeld in het derde lid hiervoor.
a. informatie als bedoeld in artikel 182, achtste lid, van de Gemeentewet over de besteding daarvan en
b. informatie over de gerealiseerde activiteiten en de hiermee samenhangende uitgaven waarvoor de bijdrage is toegekend.
2. Binnen drie maanden na ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid, stelt de minister van Binnenlandse Zaken de bijdrage definitief vast.
3. De minister van Binnenlandse Zaken kan een verleende bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewetdan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, blijkt dat het bedrag niet in overeenstemming met deze regeling is besteed.
4. Indien in enig jaar geld onbesteed blijft dan kan dit voor hetzelfde doel gereserveerd blijven. De gemeente dient hiertoe een bestedingsvoorstel in bij het ministerie van Binnenlandse Zaken als onderdeel van de verantwoording.
5. De minister van Binnenlandse Zaken kan nadere regels stellen over de reikwijdte van de accountantscontrole en de inhoud van de accountantsverklaring als bedoeld in het derde lid hiervoor.