BWBR0008046
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 5
Regeling eisen praktijk-examen A
De in artikel 2, onder q, bedoelde vaardigheden bestaan uit:
a. het voertuig op juiste wijze van de middenstandaard halen (afbokken), aan de hand meevoeren, zonder hulp van de motor, en vervolgens op juiste wijze op de middenstandaard plaatsen (opbokken);
b. het op juiste wijze op- en afstappen;
c. het op juiste wijze rijden met geringe snelheid;
d. het op juiste wijze rijden van aangegeven opeenvolgende linker- en rechterbochten (slalom);
e. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte (keren);
f. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht;
g. het op juiste wijze rijden van een cirkel;
h. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef);
i. het voertuig op juiste wijze op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken (hellingproef).
a. het voertuig op juiste wijze van de middenstandaard halen (afbokken), aan de hand meevoeren, zonder hulp van de motor, en vervolgens op juiste wijze op de middenstandaard plaatsen (opbokken);
b. het op juiste wijze op- en afstappen;
c. het op juiste wijze rijden met geringe snelheid;
d. het op juiste wijze rijden van aangegeven opeenvolgende linker- en rechterbochten (slalom);
e. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte (keren);
f. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht;
g. het op juiste wijze rijden van een cirkel;
h. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef);
i. het voertuig op juiste wijze op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken (hellingproef).