BWBR0008043
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 3
Regeling eisen praktijk-examens D en E bij D
Tijdens het praktijk-examen dient de aanvrager blijk te geven in staat te zijn om in verkeerssituaties op veilige wijze:
a. de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten;
b. op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen;
c. te rijden op rechte weggedeelten;
d. bochten te rijden;
e. afstand te houden ten opzichte van andere voertuigen;
f. van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren;
g. andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden;
h. juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen;
i. door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden;
j. in diverse omstandigheden in te halen;
k. een overweg te naderen en op te rijden;
l. te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals woonerven, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes;
m. een kruispunt te naderen en op te rijden;
n. rechts of links af te slaan bij kruispunten of om de weg te verlaten;
o. de invoegstrook van de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en van de doorgaande rijbaan de uitvoegstrook (uitvoegen);
p. een rotonde te berijden;
q. een aantal bijzondere verrichtingen (vaardigheden) uit te voeren met het voertuig.
a. de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten;
b. op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen;
c. te rijden op rechte weggedeelten;
d. bochten te rijden;
e. afstand te houden ten opzichte van andere voertuigen;
f. van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren;
g. andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden;
h. juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen;
i. door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden;
j. in diverse omstandigheden in te halen;
k. een overweg te naderen en op te rijden;
l. te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals woonerven, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes;
m. een kruispunt te naderen en op te rijden;
n. rechts of links af te slaan bij kruispunten of om de weg te verlaten;
o. de invoegstrook van de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en van de doorgaande rijbaan de uitvoegstrook (uitvoegen);
p. een rotonde te berijden;
q. een aantal bijzondere verrichtingen (vaardigheden) uit te voeren met het voertuig.