BWBR0007992
Geldig vanaf 1996-05-03
Artikel 3
Regeling erkenning EU-diploma’s brandweerofficieren
De aanvrager beheerst de Nederlandse taal voldoende indien hij:
a. in het bezit is van het diploma, genoemd in artikel 1 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, waarvoor het examen is afgenomen volgens programma II als bedoeld in artikel 2, derde lid, van dat besluit,
b. in het bezit is van een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs, als bedoeld in artikel 29, vierde lid, juncto artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
c. in het bezit is van een met een van de onder b genoemde diploma’s vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalig onderwijs in België, dan wel
d. op andere wijze kan aantonen dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst.
a. in het bezit is van het diploma, genoemd in artikel 1 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, waarvoor het examen is afgenomen volgens programma II als bedoeld in artikel 2, derde lid, van dat besluit,
b. in het bezit is van een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs, als bedoeld in artikel 29, vierde lid, juncto artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
c. in het bezit is van een met een van de onder b genoemde diploma’s vergelijkbaar diploma behaald in het Nederlandstalig onderwijs in België, dan wel
d. op andere wijze kan aantonen dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst.