BWBR0007967
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 4
Regeling procedure bij reorganisatie
1. Door of namens de Minister, hoofd van het betrokken departement, wordt voor elke reorganisatie een plan van aanpak opgesteld dat betrekking heeft op de diverse fasen van het reorganisatie-proces.
2. Het plan van aanpak geeft tenminste inzicht in:
a. de planning van de momenten waarop de centrales van overheidspersoneel worden geïnformeerd, met de ondernemingsraad overleg wordt gevoerd en waarop de betrokken ambtenaren worden geïnformeerd;
b. de reden van de reorganisatie;
c. de organisatie, met de daarin opgenomen functies;
d. de nieuwe organisatie, met de daarin opgenomen functies;
e. de bezetting van de oude en de nieuwe organisatie;
f. de wijze waarop met individuele ambtenaren wier functies zijn opgeheven of die als overtollig zijn aangemerkt, wordt omgegaan.
3. Indien zulks naar het oordeel van het tot aanstellen bevoegde gezag nodig is, kan de reorganisatie worden geëvalueerd.
4. Indien en voorzover aan het gestelde in het tweede lid, sub d en e niet kan worden voldaan, wordt aangegeven op welk moment het vereiste inzicht kan worden gegeven.
2. Het plan van aanpak geeft tenminste inzicht in:
a. de planning van de momenten waarop de centrales van overheidspersoneel worden geïnformeerd, met de ondernemingsraad overleg wordt gevoerd en waarop de betrokken ambtenaren worden geïnformeerd;
b. de reden van de reorganisatie;
c. de organisatie, met de daarin opgenomen functies;
d. de nieuwe organisatie, met de daarin opgenomen functies;
e. de bezetting van de oude en de nieuwe organisatie;
f. de wijze waarop met individuele ambtenaren wier functies zijn opgeheven of die als overtollig zijn aangemerkt, wordt omgegaan.
3. Indien zulks naar het oordeel van het tot aanstellen bevoegde gezag nodig is, kan de reorganisatie worden geëvalueerd.
4. Indien en voorzover aan het gestelde in het tweede lid, sub d en e niet kan worden voldaan, wordt aangegeven op welk moment het vereiste inzicht kan worden gegeven.