Het onschadelijk maken, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel g, en het vernietigen, bedoeld in
artikel 22, tweede lid, onderdelen f en g van de wet, geschiedt:
a. overeenkomstig de Destructiewet indien er sprake is van hoog-risico-materiaal, tenzij onschadelijkmaking door verbranden of begraven wordt bevolen;
b. indien er geen sprake is van hoog-risico-materiaal: i. door verbranden, onderploegen, broeien, vermenging met een ontsmettingsmiddel als bedoeld in artikel 9 of bij mest door verwerken in een mestverwerkingsinrichting, onverminderd de bepalingen van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen op grond waarvan de mest tijdelijk wordt opgeslagen;
ii. bij melk en melkprodukten en drijfmest mede door verandering van de zuurgraad of
iii. door droge sterilisatie.
i. door verbranden, onderploegen, broeien, vermenging met een ontsmettingsmiddel als bedoeld in artikel 9 of bij mest door verwerken in een mestverwerkingsinrichting, onverminderd de bepalingen van het Besluit gebruik dierlijke meststoffen op grond waarvan de mest tijdelijk wordt opgeslagen;
ii. bij melk en melkprodukten en drijfmest mede door verandering van de zuurgraad of
iii. door droge sterilisatie.