BWBR0007928
Geldig vanaf 1996-03-01
Artikel 2
Benoeming wederopbouwcoördinator Sint Maarten
De wederopbouwcoördinator is belast met de volgende taken:
1. Het adviseren van de minister over de Nederlandse bijdrage aan projecten voor de wederopbouw en ontwikkeling van Sint Maarten, alsmede de modaliteiten van deze bijdrage en de gewenste pro-jectuitvoering. De projecten zijn beperkt tot die welke voortvloeien uit het advies van de Commissie Ondersteuning Wederopbouw Sint Maarten van 30 november 1995, danwel aanvullingen op deze projecten. Op aanwijzing van de minister kunnen hier projecten aan worden toegevoegd.
2. Binnen het kader van door de minister goedgekeurde projecten zal de wederopbouwcoördinator namens de minister de voortgang van deze projecten bewaken en daarover met de betrokken instanties of projectverantwoordelijken van Sint Maarten en de Nederlandse Antillen in overleg treden.
3. De wederopbouwcoördinator kan aan de minister adviseren een toegekende bijdrage te wijzigen of in te trekken.
4. Over zijn werkzaamheden zal de wederopbouwcoördinator in elk geval elke drie maanden schriftelijk rapporteren aan de minister.
5. Met betrekking tot Saba en Sint Eustatius zal de wederopbouwcoördinator de zelfde taken verrichten ten aanzien van de projecten die worden genoemd in het rapport van de Commissie Ondersteuning Wederopbouw Sint Maarten van 30 november 1995.
1. Het adviseren van de minister over de Nederlandse bijdrage aan projecten voor de wederopbouw en ontwikkeling van Sint Maarten, alsmede de modaliteiten van deze bijdrage en de gewenste pro-jectuitvoering. De projecten zijn beperkt tot die welke voortvloeien uit het advies van de Commissie Ondersteuning Wederopbouw Sint Maarten van 30 november 1995, danwel aanvullingen op deze projecten. Op aanwijzing van de minister kunnen hier projecten aan worden toegevoegd.
2. Binnen het kader van door de minister goedgekeurde projecten zal de wederopbouwcoördinator namens de minister de voortgang van deze projecten bewaken en daarover met de betrokken instanties of projectverantwoordelijken van Sint Maarten en de Nederlandse Antillen in overleg treden.
3. De wederopbouwcoördinator kan aan de minister adviseren een toegekende bijdrage te wijzigen of in te trekken.
4. Over zijn werkzaamheden zal de wederopbouwcoördinator in elk geval elke drie maanden schriftelijk rapporteren aan de minister.
5. Met betrekking tot Saba en Sint Eustatius zal de wederopbouwcoördinator de zelfde taken verrichten ten aanzien van de projecten die worden genoemd in het rapport van de Commissie Ondersteuning Wederopbouw Sint Maarten van 30 november 1995.