BWBR0007864
Geldig vanaf 1996-09-01
Artikel 2
Ingrepenbesluit
1. Als ingrepen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel c , van de wet, worden aangewezen:
a. ingrepen bij ongewervelden;
b. het inbrengen van een injectienaald;
c. het aanbrengen van een oormerk ter bestrijding van vliegen, tenzij reeds een oormerk als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of een bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift verplicht of toegestaan oormerk is aangebracht;
d. het leewieken van vogels die worden gehouden of aantoonbaar bestemd zijn om te worden gehouden in een niet gesloten ruimte;
e. het verwijderen van een deel van de achterste teen bij mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor de menselijke consumptie;
f. het verwijderen van de sporen bij mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor de menselijke consumptie;
g. het verkorten van de boven- of ondersnavel bij kippen en kalkoenen jonger dan 10 dagen;
h. het verwijderen van de kammen bij mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor de menselijke consumptie;
i. vervallen;
j. het onthoornen van geiten die worden gehouden met het oog op de melkproduktie, van runderen en schapen, alsmede van dieren die in een dierentuin worden gehouden;
k. het verwijderen van het gewei bij herten;
l. het met het oog op de veiligheid van mens of dier aanbrengen van een gladde roestvrijstalen neusring bij mannelijke varkens en mannelijke runderen bestemd voor de fokkerij;
m. vervallen;
n. vervallen;
o. het verwijderen van een deel van de staart bij biggen tot de leeftijd van vier dagen indien blijkt dat zich op het bedrijf staartverwondingen voordoen wanneer de ingreep niet is toegepast;
p. vervallen;
q. het door vijlen uniform verkleinen van de hoektanden van biggen tot de leeftijd van zeven dagen indien blijkt dat de uiers van zeugen of de oren of staarten van andere varkens worden verwond wanneer de ingreep niet is toegepast, en onder de voorwaarde dat de tanden glad en intact blijven;
r. het met het oog op leeftijdsonderzoek of visstandbeheer nemen van schubben bij vissen;
s. het aanbrengen van een neuskapje bij fazanten;
t. het verwijderen van bijklauwtjes bij honden tot de leeftijd van vier dagen;
u. vervallen;
v. het verwijderen van bijspenen;
w. de endoscopische geslachtsbepaling bij diersoorten zonder geslachtsdimorfisme, en
x. het verrichten van de keizersnede ter verkrijging van Specific Pathogen Free dieren of gnotobionten.
2. Voorts worden aangewezen de navolgende ingrepen, voorzover zij dienen ter identificatie van een dier, met dien verstande dat bij het dier ten hoogste twee van die ingrepen mogen worden verricht:
a. het aanbrengen van een oormerk in één oor bij runderen, varkens, schapen en geiten;
b. het aanbrengen van een merkteken aan een vleugel bij kippen;
c. het aanbrengen van een tatoeage;
d. het subcutaan of intramusculair aanbrengen van micro-electronica;
e. het inknippen van teenvliezen bij kippen en eenden;
f. het verwijderen van een stukje van de oorschelp bij knaagdieren, onvruchtbaar gemaakte verwilderde zwerfkatten, alsmede bij dieren die in een dierentuin in groepen worden gehouden;
g. het verwijderen van een teen bij pasgeboren knaagdieren;
h. het nemen van ten hoogste vijf schubben bij reptielen;
i. het verwijderen of perforeren van delen van vinnen, vetvinnen of vinstralen bij vissen;
j. het aanbrengen bij vissen van een uitwendig door middel van een draad in huid, onderliggend spierweefsel of bekhoek bevestigd genummerd metalen of kunststof plaatje of genummerd kunststof pijpje of slangetje;
k. vervallen;
l. het vriesbranden bij runderen, paarden en vissen;
3. Het verkorten van de boven- en ondersnavel van eenden wordt aangewezen als ingreep als bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel c, van de wetvoor de duur van een tijdvak van tien jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voorzover de ingreep wordt uitgevoerd bij eenden die worden gehouden in een huisvestingssysteem met volledig roostervloer waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op het moment van inwerkingtreding van dit besluit reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd.
a. ingrepen bij ongewervelden;
b. het inbrengen van een injectienaald;
c. het aanbrengen van een oormerk ter bestrijding van vliegen, tenzij reeds een oormerk als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of een bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift verplicht of toegestaan oormerk is aangebracht;
d. het leewieken van vogels die worden gehouden of aantoonbaar bestemd zijn om te worden gehouden in een niet gesloten ruimte;
e. het verwijderen van een deel van de achterste teen bij mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor de menselijke consumptie;
f. het verwijderen van de sporen bij mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor de menselijke consumptie;
g. het verkorten van de boven- of ondersnavel bij kippen en kalkoenen jonger dan 10 dagen;
h. het verwijderen van de kammen bij mannelijke kippen bestemd voor de fokkerij, waarvan de nakomelingen gewoonlijk worden gehouden voor de menselijke consumptie;
i. vervallen;
j. het onthoornen van geiten die worden gehouden met het oog op de melkproduktie, van runderen en schapen, alsmede van dieren die in een dierentuin worden gehouden;
k. het verwijderen van het gewei bij herten;
l. het met het oog op de veiligheid van mens of dier aanbrengen van een gladde roestvrijstalen neusring bij mannelijke varkens en mannelijke runderen bestemd voor de fokkerij;
m. vervallen;
n. vervallen;
o. het verwijderen van een deel van de staart bij biggen tot de leeftijd van vier dagen indien blijkt dat zich op het bedrijf staartverwondingen voordoen wanneer de ingreep niet is toegepast;
p. vervallen;
q. het door vijlen uniform verkleinen van de hoektanden van biggen tot de leeftijd van zeven dagen indien blijkt dat de uiers van zeugen of de oren of staarten van andere varkens worden verwond wanneer de ingreep niet is toegepast, en onder de voorwaarde dat de tanden glad en intact blijven;
r. het met het oog op leeftijdsonderzoek of visstandbeheer nemen van schubben bij vissen;
s. het aanbrengen van een neuskapje bij fazanten;
t. het verwijderen van bijklauwtjes bij honden tot de leeftijd van vier dagen;
u. vervallen;
v. het verwijderen van bijspenen;
w. de endoscopische geslachtsbepaling bij diersoorten zonder geslachtsdimorfisme, en
x. het verrichten van de keizersnede ter verkrijging van Specific Pathogen Free dieren of gnotobionten.
2. Voorts worden aangewezen de navolgende ingrepen, voorzover zij dienen ter identificatie van een dier, met dien verstande dat bij het dier ten hoogste twee van die ingrepen mogen worden verricht:
a. het aanbrengen van een oormerk in één oor bij runderen, varkens, schapen en geiten;
b. het aanbrengen van een merkteken aan een vleugel bij kippen;
c. het aanbrengen van een tatoeage;
d. het subcutaan of intramusculair aanbrengen van micro-electronica;
e. het inknippen van teenvliezen bij kippen en eenden;
f. het verwijderen van een stukje van de oorschelp bij knaagdieren, onvruchtbaar gemaakte verwilderde zwerfkatten, alsmede bij dieren die in een dierentuin in groepen worden gehouden;
g. het verwijderen van een teen bij pasgeboren knaagdieren;
h. het nemen van ten hoogste vijf schubben bij reptielen;
i. het verwijderen of perforeren van delen van vinnen, vetvinnen of vinstralen bij vissen;
j. het aanbrengen bij vissen van een uitwendig door middel van een draad in huid, onderliggend spierweefsel of bekhoek bevestigd genummerd metalen of kunststof plaatje of genummerd kunststof pijpje of slangetje;
k. vervallen;
l. het vriesbranden bij runderen, paarden en vissen;
3. Het verkorten van de boven- en ondersnavel van eenden wordt aangewezen als ingreep als bedoeld in artikel 40, tweede lid, onderdeel c, van de wetvoor de duur van een tijdvak van tien jaar vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voorzover de ingreep wordt uitgevoerd bij eenden die worden gehouden in een huisvestingssysteem met volledig roostervloer waarvan de gebruiker kan aantonen dat het op het moment van inwerkingtreding van dit besluit reeds bestond en nadien niet is herbouwd of verbouwd.