BWBR0007853
Geldig vanaf 1996-03-01
Artikel XVI
Wijzigingsbesluit Besluit brood- of banketbakkerijen milieubeheer, enz. (voorschriften brengen van bedrijfsafvalwater in een voorziening voor de inzameling en het bedrijfsafvaltransport van afvalwater)
1. Gedurende één jaar vanaf het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt, zijn de voorschriften over bedrijfsafvalwater, die ten gevolge van dit in werking treden voor een inrichting gaan gelden, niet van toepassing op een reeds opgerichte inrichting. De voorschriften gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening die regels stelt voor het brengen van afvalwater in een openbaar riool, blijven gedurende die periode van toepassing.
2. Degene die een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds opgerichte inrichting drijft, waarvoor voorschriften over bedrijfsafvalwater ten gevolge van de inwerkingtreding van dit besluit gaan gelden, meldt ten hoogste 13 weken na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, aan het bevoegd gezag en de inspecteur de gegevens die ten gevolge van dit in werking treden worden verlangd. De melding geschiedt overeenkomstig de betrokken bepaling van het besluit dat op de inrichting van toepassing is.
3. Deze melding is niet vereist, indien voor de inrichting een vergunning krachtens een gemeentelijke verordening als bedoeld in het eerste lid, is verleend, dan wel op grond van een zodanige verordening de gegevens, die ten gevolge van het in werking treden van dit besluit door de houder van een inrichting moeten worden gemeld, reeds aan het bevoegd gezag zijn gemeld.
2. Degene die een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds opgerichte inrichting drijft, waarvoor voorschriften over bedrijfsafvalwater ten gevolge van de inwerkingtreding van dit besluit gaan gelden, meldt ten hoogste 13 weken na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, aan het bevoegd gezag en de inspecteur de gegevens die ten gevolge van dit in werking treden worden verlangd. De melding geschiedt overeenkomstig de betrokken bepaling van het besluit dat op de inrichting van toepassing is.
3. Deze melding is niet vereist, indien voor de inrichting een vergunning krachtens een gemeentelijke verordening als bedoeld in het eerste lid, is verleend, dan wel op grond van een zodanige verordening de gegevens, die ten gevolge van het in werking treden van dit besluit door de houder van een inrichting moeten worden gemeld, reeds aan het bevoegd gezag zijn gemeld.