BWBR0007820
Geldig vanaf 2004-08-20
Artikel 3
Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten
1. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, regels stellen omtrent de monitoring, preventie en bestrijding van zoönosen en zoönoseverwekkers als bedoeld in bijlage I bij verordening (EG) nr. 2160/2003en bijlage I bij richtlijn nr. 2003/99/EG, voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van communautaire regelgeving.
2. De in het eerste lid bedoelde regels hebben betrekking op:
a. het doen van onderzoek naar, het bewaren van gegevens over, het verzamelen en ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten met betrekking tot de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid;
b. de preventie en bestrijding van zoönosen en zoönoseverwekkers op grond van het nationale bestrijdingsprogramma, bedoeld in artikel 5 van verordening (EG) nr. 2160/2003, en de ingevolge artikel 8 van verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde voorschriften;
c. het stellen van voorwaarden aan het intracommunautaire handelsverkeer, bij of krachtens artikel 9, tweede en vierde lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003 en
d. het stellen van voorwaarden aan het handelsverkeer met derde landen, bij of krachtens artikel 10, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003.
3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, laboratoria als bedoeld in artikel 12 van verordening (EG) nr. 2160/2003erkennen.
4. Onze Minister wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een nationaal referentielaboratorium aan overeenkomstig artikel 11 van verordening (EG) nr. 2160/2003en artikel 10 van richtlijn nr. 2003/99/EG.
2. De in het eerste lid bedoelde regels hebben betrekking op:
a. het doen van onderzoek naar, het bewaren van gegevens over, het verzamelen en ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten met betrekking tot de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid;
b. de preventie en bestrijding van zoönosen en zoönoseverwekkers op grond van het nationale bestrijdingsprogramma, bedoeld in artikel 5 van verordening (EG) nr. 2160/2003, en de ingevolge artikel 8 van verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde voorschriften;
c. het stellen van voorwaarden aan het intracommunautaire handelsverkeer, bij of krachtens artikel 9, tweede en vierde lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003 en
d. het stellen van voorwaarden aan het handelsverkeer met derde landen, bij of krachtens artikel 10, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003.
3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, laboratoria als bedoeld in artikel 12 van verordening (EG) nr. 2160/2003erkennen.
4. Onze Minister wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een nationaal referentielaboratorium aan overeenkomstig artikel 11 van verordening (EG) nr. 2160/2003en artikel 10 van richtlijn nr. 2003/99/EG.