BWBR0007803
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 4
Besluit materieelbeheer 1996
1. Van centrale voorraden wordt een voorraadadministratie bijgehouden.
2. Aan een voorraadadministratie moeten in elk geval kunnen worden ontleend:
a. de aard van de in voorraad gehouden zaken in een bij elke zaak passende eenheid;
b. de aanwezige hoeveelheden, alsmede de voorraadmutaties;
c. de aanschafprijzen;
d. de leveranciers;
e. per afnemer (een organisatie-onderdeel of een derde) de hoeveelheid die van elke zaak is geleverd;
f. de locatie waar de voorraad wordt aangehouden;
g. de namen van de centrale-voorraadbeheerders en van de beschikkende functionarissen.
3. Afgifte van zaken uit een centrale voorraad kan slechts geschieden door de betrokken centrale-voorraadbeheerder in opdracht van daartoe bevoegde functionarissen.
4. Ten minste eenmaal per jaar wordt door middel van een fysieke aanwezigheidscontrole nagegaan of een centrale voorraad in overeenstemming is met de bijgehouden voorraadadministratie. Van de resultaten van die controle wordt een proces-verbaal opgemaakt.
5. Na afloop van elk jaar legt een centrale-voorraadbeheerder verantwoording af over het door hem in het voorafgaande jaar gevoerde voorraadbeheer overeenkomstig de door Onze betrokken minister vastgestelde procedure.
6. In afwijking van het vijfde lid wordt de procedure tot het afleggen van verantwoording door een centrale-voorraadbeheerder bij een hoog college van staat en bij het Kabinet van de Koning niet vastgesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken, maar door de op grond van <a href="/wet/BWBR0003075/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19, vijfde lid, van de Comptabiliteitswet</a>tot aanwijzing van een centrale-voorraadbeheerder bevoegde functionaris.
2. Aan een voorraadadministratie moeten in elk geval kunnen worden ontleend:
a. de aard van de in voorraad gehouden zaken in een bij elke zaak passende eenheid;
b. de aanwezige hoeveelheden, alsmede de voorraadmutaties;
c. de aanschafprijzen;
d. de leveranciers;
e. per afnemer (een organisatie-onderdeel of een derde) de hoeveelheid die van elke zaak is geleverd;
f. de locatie waar de voorraad wordt aangehouden;
g. de namen van de centrale-voorraadbeheerders en van de beschikkende functionarissen.
3. Afgifte van zaken uit een centrale voorraad kan slechts geschieden door de betrokken centrale-voorraadbeheerder in opdracht van daartoe bevoegde functionarissen.
4. Ten minste eenmaal per jaar wordt door middel van een fysieke aanwezigheidscontrole nagegaan of een centrale voorraad in overeenstemming is met de bijgehouden voorraadadministratie. Van de resultaten van die controle wordt een proces-verbaal opgemaakt.
5. Na afloop van elk jaar legt een centrale-voorraadbeheerder verantwoording af over het door hem in het voorafgaande jaar gevoerde voorraadbeheer overeenkomstig de door Onze betrokken minister vastgestelde procedure.
6. In afwijking van het vijfde lid wordt de procedure tot het afleggen van verantwoording door een centrale-voorraadbeheerder bij een hoog college van staat en bij het Kabinet van de Koning niet vastgesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken, maar door de op grond van <a href="/wet/BWBR0003075/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19, vijfde lid, van de Comptabiliteitswet</a>tot aanwijzing van een centrale-voorraadbeheerder bevoegde functionaris.