BWBR0007760
Geldig vanaf 1996-01-10
Artikel XI
Wijzigingsbesluit Algemeen Rijksambtenarenreglement, enz. (invoering WAO-conforme uitkering)
A
De ambtenaar in tijdelijke dienst die op 1 januari 1996 aanspraak heeft op doorbetaling van zijn volledige bezoldiging, dan wel die aanspraak zou hebben indien vanaf het moment van intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte toepassing zou zijn gegeven aan artikel 39of artikel 42 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementdan wel aan artikel 74of 77 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, heeft vanaf 1 januari 1996 aanspraak op zijn volledige bezoldiging over het op 1 januari 1996 nog niet verstreken gedeelte van de periode van 18 maanden, doch niet langer dan tot de eerste van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
B
De aanspraken op grond van artikel 45 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementen artikel 80 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaalnaar de tekst op 31 december 1995, worden omgezet in aanspraken op grond van artikel 45 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementrespectievelijk artikel 80 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal. Indien anders dan als gevolg van een wijziging in de mate van invaliditeit, het bedrag van de nieuw berekende aanvullende uitkering geringer is dan het bedrag van de aanvullende uitkering op 31 december 1995, wordt het bedrag van de aanvullende uitkering tot laatstbedoeld bedrag verhoogd.
C
1. De gewezen ambtenaar die op 31 december 1995 op grond van artikel 42, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel artikel 77, vierde lid, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, een uitkering heeft overeenkomstig de normen van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en op 1 januari 1996 een recht verkrijgt op een WAO-conforme uitkering, welke lager is dan de eerstbedoelde uitkering, heeft recht op een aanvullende uitkering ter grootte van dat verschil voor de periode gedurende welke hij na 1 januari 1996 aanspraak op eerstbedoelde uitkering zou hebben gehad.
2. Bij de berekening van de aanvullende uitkering wordt rekening gehouden met een wijziging als bedoeld in artikel 42, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement respectievelijk artikel 77, zevende lid van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.
3. Voor zolang de arbeidongeschiktheid in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een ander percentage wordt vastgesteld vindt, in voorkomende gevallen met toepassing van het tweede lid, herberekening van de aanvullende uitkering op basis van het gewijzigde percentage plaats.
De ambtenaar in tijdelijke dienst die op 1 januari 1996 aanspraak heeft op doorbetaling van zijn volledige bezoldiging, dan wel die aanspraak zou hebben indien vanaf het moment van intreden van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte toepassing zou zijn gegeven aan artikel 39of artikel 42 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementdan wel aan artikel 74of 77 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, heeft vanaf 1 januari 1996 aanspraak op zijn volledige bezoldiging over het op 1 januari 1996 nog niet verstreken gedeelte van de periode van 18 maanden, doch niet langer dan tot de eerste van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt.
B
De aanspraken op grond van artikel 45 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementen artikel 80 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaalnaar de tekst op 31 december 1995, worden omgezet in aanspraken op grond van artikel 45 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementrespectievelijk artikel 80 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal. Indien anders dan als gevolg van een wijziging in de mate van invaliditeit, het bedrag van de nieuw berekende aanvullende uitkering geringer is dan het bedrag van de aanvullende uitkering op 31 december 1995, wordt het bedrag van de aanvullende uitkering tot laatstbedoeld bedrag verhoogd.
C
1. De gewezen ambtenaar die op 31 december 1995 op grond van artikel 42, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel artikel 77, vierde lid, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, een uitkering heeft overeenkomstig de normen van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en op 1 januari 1996 een recht verkrijgt op een WAO-conforme uitkering, welke lager is dan de eerstbedoelde uitkering, heeft recht op een aanvullende uitkering ter grootte van dat verschil voor de periode gedurende welke hij na 1 januari 1996 aanspraak op eerstbedoelde uitkering zou hebben gehad.
2. Bij de berekening van de aanvullende uitkering wordt rekening gehouden met een wijziging als bedoeld in artikel 42, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement respectievelijk artikel 77, zevende lid van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.
3. Voor zolang de arbeidongeschiktheid in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een ander percentage wordt vastgesteld vindt, in voorkomende gevallen met toepassing van het tweede lid, herberekening van de aanvullende uitkering op basis van het gewijzigde percentage plaats.