BWBR0007746
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 30
Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
1. De <a href="/wet/BWBR0002320" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>, met uitzondering van de <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 63</a>en <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/67" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67</a>, is niet van toepassing met betrekking tot de uitvoering van deze wet door andere dan de in <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, derde lid, onderdelen a en b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>genoemde bestuursorganen.
2. Voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 63</a>en <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/67" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>betreffende de uitvoering van deze wet door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat of de door hem aangewezen ambtenaren, treedt Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in de plaats van Onze Minister.
3. Tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan beroep in cassatie instellen ter zake van schending van de artikelen 1en 2met betrekking tot het bepaalde omtrent de begrippen 'inhoudingsplichtige', 'aangiftetijdvak', 'loon', 'onderneming', 'fiscale eenheid' en 'werknemer'.
4. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij het College van Beroep voor het bedrijfsleven de plaats inneemt van een gerechtshof.
2. Voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 63</a>en <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/67" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>betreffende de uitvoering van deze wet door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat of de door hem aangewezen ambtenaren, treedt Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in de plaats van Onze Minister.
3. Tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan beroep in cassatie instellen ter zake van schending van de artikelen 1en 2met betrekking tot het bepaalde omtrent de begrippen 'inhoudingsplichtige', 'aangiftetijdvak', 'loon', 'onderneming', 'fiscale eenheid' en 'werknemer'.
4. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij het College van Beroep voor het bedrijfsleven de plaats inneemt van een gerechtshof.