BWBR0007740
Geldig vanaf 1996-02-01
Artikel 5
Eenmalige bijdrageregeling Stadseconomie Grote Steden beleid
1. De bijdrage dient in 1996 tot besteding te komen.
2. Uiterlijk 1 oktober 1997 wordt door de gemeenten, op basis van de vastgestelde gemeentelijke jaarrekening en de daarbij behorende accountantsverklaring, een verantwoordingsverslag ingediend bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met betrekking tot de besteding van de bij voorschot verstrekte bijdrage.
3. Op basis van het verantwoordingsverslag wordt de hoogte van de bijdrage uiterlijk per ultimo 1997 vastgesteld.
4. De bijdrage zal worden teruggevorderd:
a. voor het deel dat niet tot besteding is gekomen, danwel
b. voor het deel dat niet overeenkomstig artikel 2 is besteed. Indien de bijdrage lager is dan het verleende voorschot zal het verschil van de desbetreffende gemeente worden teruggevorderd.
2. Uiterlijk 1 oktober 1997 wordt door de gemeenten, op basis van de vastgestelde gemeentelijke jaarrekening en de daarbij behorende accountantsverklaring, een verantwoordingsverslag ingediend bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met betrekking tot de besteding van de bij voorschot verstrekte bijdrage.
3. Op basis van het verantwoordingsverslag wordt de hoogte van de bijdrage uiterlijk per ultimo 1997 vastgesteld.
4. De bijdrage zal worden teruggevorderd:
a. voor het deel dat niet tot besteding is gekomen, danwel
b. voor het deel dat niet overeenkomstig artikel 2 is besteed. Indien de bijdrage lager is dan het verleende voorschot zal het verschil van de desbetreffende gemeente worden teruggevorderd.