BWBR0007699
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 2
Algemeen uitvoeringsbesluit Vestigingswet Bedrijven 1954
1. Een aanvraag om een vergunning of een ontheffing wordt ingediend bij de Kamer, binnen welker gebied de onderneming is of zal worden gevestigd.
2. Een aanvraag om verklaringen als bedoeld in artikel 18 van het vestigingsbesluitworden ingediend bij de Kamer, binnen welker gebied de aanvrager zijn woonplaats heeft.
3. Bij gebreke van een vestiging of woonplaats als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, wordt de aanvraag ingediend bij de Kamer voor Rotterdam en de Beneden-Maas.
4. De Kamer zendt de aanvraag om een ontheffing of verklaring als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, vergezeld van haar advies, binnen vier weken voor verdere behandeling door aan de Sociaal-Economische Raad.
2. Een aanvraag om verklaringen als bedoeld in artikel 18 van het vestigingsbesluitworden ingediend bij de Kamer, binnen welker gebied de aanvrager zijn woonplaats heeft.
3. Bij gebreke van een vestiging of woonplaats als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, wordt de aanvraag ingediend bij de Kamer voor Rotterdam en de Beneden-Maas.
4. De Kamer zendt de aanvraag om een ontheffing of verklaring als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, vergezeld van haar advies, binnen vier weken voor verdere behandeling door aan de Sociaal-Economische Raad.