BWBR0007692
Geldig vanaf 1995-12-22
Artikel 3
Regeling aanvraag en toezicht typegoedkeuring voertuigonderdelen en technische eenheden
1. De aanvraag van een typegoedkeuring van voertuigonderdelen wordt door de fabrikant ingediend bij de RDW.
2. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot retroreflectoren, worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. een beknopte beschrijving van de technische specificaties der materialen waaruit de retroreflectoroptiek bestaat;
b. tekeningen in drievoud die voldoende gedetailleerd zijn om het type te kunnen identificeren en waarop de geometrische gegevens voor het aanbrengen van de retroreflector op het voertuig zijn aangegeven; de tekeningen moeten de voor het goedkeuringsmerk bestemde plaats aangeven;
3. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot achterlichten, worden de volgende bescheiden overgelegd:
tekeningen in drievoud die voldoende gedetailleerd zijn om het type te kunnen identificeren en waarop de geometrische gegevens voor de installatie op het voertuig zijn aangegeven alsmede de waarnemingsas die bij de proeven als referentie-as moeten worden genomen, benevens het punt dat bij de proeven als referentiepunt moet worden genomen.
4. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de systemen, onderdelen en technische eenheden van landbouw- of bosbouwtrekkers, bedoeld in Bijlage II, hoofdstuk B, deel I van richtlijn 2003/37/EG, waarvoor een typegoedkeuring kan worden verleend, worden de bescheiden overgelegd die zijn vermeld in de op grond van Bijlage II, hoofdstuk B, deel I van richtlijn 2003/37/EGbij het desbetreffende systeem, het onderdeel of de technische eenheid behorende bijzondere richtlijn.
2. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot retroreflectoren, worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. een beknopte beschrijving van de technische specificaties der materialen waaruit de retroreflectoroptiek bestaat;
b. tekeningen in drievoud die voldoende gedetailleerd zijn om het type te kunnen identificeren en waarop de geometrische gegevens voor het aanbrengen van de retroreflector op het voertuig zijn aangegeven; de tekeningen moeten de voor het goedkeuringsmerk bestemde plaats aangeven;
3. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot achterlichten, worden de volgende bescheiden overgelegd:
tekeningen in drievoud die voldoende gedetailleerd zijn om het type te kunnen identificeren en waarop de geometrische gegevens voor de installatie op het voertuig zijn aangegeven alsmede de waarnemingsas die bij de proeven als referentie-as moeten worden genomen, benevens het punt dat bij de proeven als referentiepunt moet worden genomen.
4. Bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de systemen, onderdelen en technische eenheden van landbouw- of bosbouwtrekkers, bedoeld in Bijlage II, hoofdstuk B, deel I van richtlijn 2003/37/EG, waarvoor een typegoedkeuring kan worden verleend, worden de bescheiden overgelegd die zijn vermeld in de op grond van Bijlage II, hoofdstuk B, deel I van richtlijn 2003/37/EGbij het desbetreffende systeem, het onderdeel of de technische eenheid behorende bijzondere richtlijn.