BWBR0007690
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 3
Regeling inkoop dienstverlening Arbeidsvoorziening door gemeenten 1996
1. De Minister verleent aan een in bijlage 1bij deze regeling genoemde gemeente een bijdrage in de vergoedingen, waartoe het gemeentebestuur zich in het kalenderjaar 1996 bij de uitvoering van artikel 111, eerste lid, van de Abwen de artikelen 34, tweede lid, van de Ioaw en de Ioaz jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in een schriftelijke overeenkomst heeft verplicht, voor door deze organisatie verleende diensten gericht op het geschikt maken voor inschakeling in de arbeid, in het bijzonder door scholing, en voor bijzondere inspanningen voor de arbeidsbemiddeling, van moeilijk plaatsbare uitkeringsgerechtigden.
2. Burgemeester en wethouders doen vóór 1 juni 1996 opgave van het bedrag waarvoor de in het eerste lid bedoelde diensten zijn overeengekomen met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Deze opgave wordt ingericht volgens het bij deze regeling behorende model.
3. Voor het kalenderjaar 1996 is het beschikbare bedrag 35 miljoen gulden. De maximale bijdrage per gemeente wordt op basis van dat bedrag vastgesteld naar evenredigheid van de aantallen uitkeringsgerechtigden op 30 juni 1995 in de in bijlage 1bij deze regeling genoemde gemeenten.
4. De bijdrage aan de gemeente is gelijk aan het in het tweede lid bedoelde bedrag, voor zover het in het derde lid bedoelde maximum niet wordt overschreden.
2. Burgemeester en wethouders doen vóór 1 juni 1996 opgave van het bedrag waarvoor de in het eerste lid bedoelde diensten zijn overeengekomen met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Deze opgave wordt ingericht volgens het bij deze regeling behorende model.
3. Voor het kalenderjaar 1996 is het beschikbare bedrag 35 miljoen gulden. De maximale bijdrage per gemeente wordt op basis van dat bedrag vastgesteld naar evenredigheid van de aantallen uitkeringsgerechtigden op 30 juni 1995 in de in bijlage 1bij deze regeling genoemde gemeenten.
4. De bijdrage aan de gemeente is gelijk aan het in het tweede lid bedoelde bedrag, voor zover het in het derde lid bedoelde maximum niet wordt overschreden.