BWBR0007682
Geldig vanaf 2003-10-27
Artikel 3
Regeling programma van werkzaamheden natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
Het bij de aanvraag van een vergunning over te leggen programma van werkzaamheden bevat voor een verzekeraar met zetel in Nederland:
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over het minimum bedrag van het garantiefonds bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet, dan wel over de solvabiliteitsmarge die krachtens artikel 40, eerste of derde lid, van de wet is vereist, indien deze solvabiliteitsmarge hoger is dan dit minimum bedrag;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
e. een raming van de liquiditeitspositie;
f. een gedetailleerde raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
g. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 40 van de wet;
h. een mededeling waaruit blijkt of de verzekeraar ten behoeve van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.
a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over het minimum bedrag van het garantiefonds bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de wet, dan wel over de solvabiliteitsmarge die krachtens artikel 40, eerste of derde lid, van de wet is vereist, indien deze solvabiliteitsmarge hoger is dan dit minimum bedrag;
d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
e. een raming van de liquiditeitspositie;
f. een gedetailleerde raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
g. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 40 van de wet;
h. een mededeling waaruit blijkt of de verzekeraar ten behoeve van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.