BWBR0007663
Geldig vanaf 1995-12-01
Artikel 2
Regeling medische uitrusting aan boord van zeeschepen
1. De kapitein inspecteert jaarlijks, voorafgaande aan een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdelen a tot en met d, van het Schepenbesluit 1965, de in artikel 1bedoelde medische uitrusting, met uitzondering van de medicijnkist aan boord van reddingvlotten.
2. De kapitein stelt bij de inspectie een controlelijst op met daarop de benamingen en codes van alle geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota die ingevolge bijlage I bij deze regeling aan boord van zijn schip zijn vereist, en vermeldt daarbij zowel de volgens bijlage Ivoorgeschreven hoeveelheden als de daadwerkelijk aan boord aanwezige hoeveelheden. In voorkomend geval wordt tevens de houdbaarheidsdatum van die middelen vermeld. De controlelijst vermeldt voorts de naam, de vlag en de thuishaven van het schip.
3. Indien de inspectie uitwijst dat de medische uitrusting van het schip in overeenstemming is met bijlage I bij deze regeling, ondertekent de kapitein de controlelijst en biedt hij deze ter visering aan aan het klassebureau dat het in het eerste lid bedoelde onderzoek verricht.
4. Indien het in het eerste lid bedoelde onderzoek niet door een klassebureau wordt verricht, geschiedt de in het derde lid bedoelde visering door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie.
2. De kapitein stelt bij de inspectie een controlelijst op met daarop de benamingen en codes van alle geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota die ingevolge bijlage I bij deze regeling aan boord van zijn schip zijn vereist, en vermeldt daarbij zowel de volgens bijlage Ivoorgeschreven hoeveelheden als de daadwerkelijk aan boord aanwezige hoeveelheden. In voorkomend geval wordt tevens de houdbaarheidsdatum van die middelen vermeld. De controlelijst vermeldt voorts de naam, de vlag en de thuishaven van het schip.
3. Indien de inspectie uitwijst dat de medische uitrusting van het schip in overeenstemming is met bijlage I bij deze regeling, ondertekent de kapitein de controlelijst en biedt hij deze ter visering aan aan het klassebureau dat het in het eerste lid bedoelde onderzoek verricht.
4. Indien het in het eerste lid bedoelde onderzoek niet door een klassebureau wordt verricht, geschiedt de in het derde lid bedoelde visering door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie.