BWBR0007626
Geldig vanaf 1995-11-22
Artikel 2
Aanwijzing macro-verstrekkingenbudget ziekenfondsverzekering 1996
1. De besteedbare middelen, genoemd in artikel 1, worden verdeeld in:
a. een macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging ad. f 3.569.928.000
b. een macro-deelbudget vaste kosten ziekenhuisverpleging ad. f 7.046.783.000
c. een macro-deelbudget overige verstrekkingen ad. f 7.550.289.000
2. Voor de verdeling van de verstrekkingen naar de verschillende macro-deelbudgetten wordt aangesloten bij het FOZ.
De macro-deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging en vaste kosten ziekenhuisverpleging (totale kosten ziekenhuisverpleging) omvatten de verstrekkingen die ten grondslag liggen aan de raming van de kosten voor algemene, categorale en academische ziekenhuizen en overige voorzieningen curatieve zorg in het FOZ 1996 (zie bijlage FOZ, tabellen 3.1, 3.2 en 3.3). Echter exclusief In Vitro Fertilisatie.
Het macro-deelbudget overige verstrekkingen omvat alle overige ZFW-verstrekkingen die niet zijn opgenomen in de macro-deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging en vaste kosten ziekenhuisverpleging.
3. Het deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. De verdeling geschiedt aan de hand van de produktie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek. Bij de verdeling wordt uitgegaan van de in tabel 1 geraamde macro-omvang van de produktie-indicatoren voor ziekenfondsverzekerden voor 1996.
Aan de produktie-indicatoren worden de in tabel 2 genoemde prijzen gekoppeld.
Bij de verdeling worden voorts de verzekerdenaantallen gesplitst naar de criteria ’leeftijd’, ’geslacht’, ’regio’ en ’arbeidsongeschiktheid’. Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de gemeentelijke omgevingsadressendichtheid (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten per produktie-indicator gebruikt zoals opgenomen in tabel 3.
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand.
4. Het deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt, verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds op basis van historische kosten. Voor een nieuw ziekenfonds, dat geen rechtsopvolger van een of meer reeds bestaande ziekenfondsen is, kan worden uitgegaan van een andere basis.
5. Het deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. De verzekerdenaantallen worden gesplitst naar de criteria ’leeftijd’, ’geslacht’, ’regio’ en ’arbeidsongeschiktheid’. Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de gemeentelijke omgevingsadressendichtheid (OAD). Voor de vijf verschillende OADklassen worden de volgende gewichten gebruikt: de klassen 1 - 2 - 3 - 4 en 5 krijgen respectievelijk de gewichten 1,015 - 1,011 - 1,013 - 0,980 - 0,979.
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand.
6. De Ziekenfondsraad bepaalt per deelbudget het gewicht van de onderscheiden criteria.
7. Bij de bepaling van het aantal ingeschreven verzekerden laat de Ziekenfondsraad de inschrijving buiten beschouwing van verzekerden aan wie de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge artikel 4ten laste van de Algemene Kas middelen besteedbaar worden gesteld naar het werkelijke bedrag van die kosten. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor inschrijvingen met terugwerkende kracht, voorzover het betreft de periode waarover de inschrijving terugwerkt.
8. Van het totaal van de in het eerste lid, onder a en c, genoemde deelbudgetten wordt een gedeelte, tot een maximum van drie procent op jaarbasis, in verband met het verlenen van flexibele zorg vervangen door een door de Ziekenfondsraad vastgestelde subsidie.
9. Voor de toepassing van de artikelen 3en volgende wordt de in het achtste lid bedoelde subsidie aangemerkt als onderdeel van de in artikel 2, eerste lid, onder a en c, genoemde deelbudgetten.
a. een macro-deelbudget variabele kosten ziekenhuisverpleging ad. f 3.569.928.000
b. een macro-deelbudget vaste kosten ziekenhuisverpleging ad. f 7.046.783.000
c. een macro-deelbudget overige verstrekkingen ad. f 7.550.289.000
2. Voor de verdeling van de verstrekkingen naar de verschillende macro-deelbudgetten wordt aangesloten bij het FOZ.
De macro-deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging en vaste kosten ziekenhuisverpleging (totale kosten ziekenhuisverpleging) omvatten de verstrekkingen die ten grondslag liggen aan de raming van de kosten voor algemene, categorale en academische ziekenhuizen en overige voorzieningen curatieve zorg in het FOZ 1996 (zie bijlage FOZ, tabellen 3.1, 3.2 en 3.3). Echter exclusief In Vitro Fertilisatie.
Het macro-deelbudget overige verstrekkingen omvat alle overige ZFW-verstrekkingen die niet zijn opgenomen in de macro-deelbudgetten variabele kosten ziekenhuisverpleging en vaste kosten ziekenhuisverpleging.
3. Het deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. De verdeling geschiedt aan de hand van de produktie-indicatoren verpleegdag, opname, dagverpleging en eerste polikliniekbezoek. Bij de verdeling wordt uitgegaan van de in tabel 1 geraamde macro-omvang van de produktie-indicatoren voor ziekenfondsverzekerden voor 1996.
Aan de produktie-indicatoren worden de in tabel 2 genoemde prijzen gekoppeld.
Bij de verdeling worden voorts de verzekerdenaantallen gesplitst naar de criteria ’leeftijd’, ’geslacht’, ’regio’ en ’arbeidsongeschiktheid’. Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de gemeentelijke omgevingsadressendichtheid (OAD). Voor de vijf verschillende OAD-klassen worden de gewichten per produktie-indicator gebruikt zoals opgenomen in tabel 3.
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand.
4. Het deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt, verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds op basis van historische kosten. Voor een nieuw ziekenfonds, dat geen rechtsopvolger van een of meer reeds bestaande ziekenfondsen is, kan worden uitgegaan van een andere basis.
5. Het deelbudget, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt verdeeld in een budget voor elk ziekenfonds. De verzekerdenaantallen worden gesplitst naar de criteria ’leeftijd’, ’geslacht’, ’regio’ en ’arbeidsongeschiktheid’. Aan de onderscheiden criteria worden gewichten toegekend. Voor toepassing van de regiofactor wordt per ziekenfonds het aantal verzekerden geïnventariseerd per 4-cijferig postcodegebied. Deze verzekerden worden vervolgens ondergebracht in een vijftal klassen van stedelijkheid. Dit vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hiervoor gehanteerde maatstaf: de gemeentelijke omgevingsadressendichtheid (OAD). Voor de vijf verschillende OADklassen worden de volgende gewichten gebruikt: de klassen 1 - 2 - 3 - 4 en 5 krijgen respectievelijk de gewichten 1,015 - 1,011 - 1,013 - 0,980 - 0,979.
Op deze gewichten zal nog een herrekening plaatsvinden, op basis van de bij de Ziekenfondsraad ter beschikking staande gegevens, naar het totale ziekenfondsverzekerdenbestand.
6. De Ziekenfondsraad bepaalt per deelbudget het gewicht van de onderscheiden criteria.
7. Bij de bepaling van het aantal ingeschreven verzekerden laat de Ziekenfondsraad de inschrijving buiten beschouwing van verzekerden aan wie de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge artikel 4ten laste van de Algemene Kas middelen besteedbaar worden gesteld naar het werkelijke bedrag van die kosten. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor inschrijvingen met terugwerkende kracht, voorzover het betreft de periode waarover de inschrijving terugwerkt.
8. Van het totaal van de in het eerste lid, onder a en c, genoemde deelbudgetten wordt een gedeelte, tot een maximum van drie procent op jaarbasis, in verband met het verlenen van flexibele zorg vervangen door een door de Ziekenfondsraad vastgestelde subsidie.
9. Voor de toepassing van de artikelen 3en volgende wordt de in het achtste lid bedoelde subsidie aangemerkt als onderdeel van de in artikel 2, eerste lid, onder a en c, genoemde deelbudgetten.