BWBR0007611
Geldig vanaf 1995-10-29
Artikel 2
Regeling bereddingskosten evacués
1. Een gedupeerde heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de gemaakte kosten ten behoeve van het treffen van maatregelen gedurende de watersnood ter voorkoming van schade aan de inboedel of aan de bij de gedupeerde voor bewoning in gebruik zijnde onroerende zaak, woonwagen of woonschip.
2. Voor een tegemoetkoming komt slechts in aanmerking de gedupeerde voor wiens rekening de in het eerste lid genoemde kosten zijn gekomen.
3. Bij de berekening van de tegemoetkoming worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten die in een redelijke verhouding staan tot de getroffen maatregelen en die in de gegeven omstandigheden als noodzakelijk konden worden beschouwd.
4. Onverminderd het derde lid worden bij de beoordeling van de aanspraak op een tegemoetkoming in ieder geval in aanmerking genomen:
a. de aan derden verschuldigde en betaalde kosten van transport voor de evacuatie van de inboedel;
b. de aan derden verschuldigde en betaalde kosten voor de opslag van de inboedel;
c. de met de onder a en b bedoelde activiteiten samenhangende kosten voor verzekering;
d. de aan derden verschuldigde en betaalde kosten voor de bescherming van de inboedel;
e. de aan derden verschuldigde en betaalde kosten ter voorkoming van bouwkundige schade aan bestanddelen van de in het eerste lid bedoelde onroerende zaak, woonwagen of woonschip.
2. Voor een tegemoetkoming komt slechts in aanmerking de gedupeerde voor wiens rekening de in het eerste lid genoemde kosten zijn gekomen.
3. Bij de berekening van de tegemoetkoming worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten die in een redelijke verhouding staan tot de getroffen maatregelen en die in de gegeven omstandigheden als noodzakelijk konden worden beschouwd.
4. Onverminderd het derde lid worden bij de beoordeling van de aanspraak op een tegemoetkoming in ieder geval in aanmerking genomen:
a. de aan derden verschuldigde en betaalde kosten van transport voor de evacuatie van de inboedel;
b. de aan derden verschuldigde en betaalde kosten voor de opslag van de inboedel;
c. de met de onder a en b bedoelde activiteiten samenhangende kosten voor verzekering;
d. de aan derden verschuldigde en betaalde kosten voor de bescherming van de inboedel;
e. de aan derden verschuldigde en betaalde kosten ter voorkoming van bouwkundige schade aan bestanddelen van de in het eerste lid bedoelde onroerende zaak, woonwagen of woonschip.