BWBR0007606
Geldig vanaf 2015-04-01
Artikel 44
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
1. Met de opsporing van overtredingen van bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften zijn, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast:
a. de ambtenaren, bedoeld in artikel 34, eerste lid, voor zover daartoe bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen;
b. voor zover het betreft de handelingen bedoeld in artikel 34, tweede lid: de bij besluit van Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Justitie aangewezen ambtenaren;
c. de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie, en waar nodig Onze Ministers wie het mede aangaat, aangewezen ambtenaren.
2. Onze Minister kan de bevoegdheid tot opsporing van de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder cbij de aldaar bedoelde aanwijzing beperken.
3. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179tot en met 182en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
4. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
a. de ambtenaren, bedoeld in artikel 34, eerste lid, voor zover daartoe bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen;
b. voor zover het betreft de handelingen bedoeld in artikel 34, tweede lid: de bij besluit van Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Justitie aangewezen ambtenaren;
c. de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie, en waar nodig Onze Ministers wie het mede aangaat, aangewezen ambtenaren.
2. Onze Minister kan de bevoegdheid tot opsporing van de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder cbij de aldaar bedoelde aanwijzing beperken.
3. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179tot en met 182en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
4. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.