BWBR0007580
Geldig vanaf 1995-10-15
Artikel 4
Klachtenregeling rassendiscriminatie Binnenlandse Zaken
1. De minister benoemt tenminste één vertrouwenspersoon.
2. De vertrouwenspersoon is met inachtneming van de nodige vertrouwelijkheid bevoegd de beklaagde of andere betrokkenen binnen de dienst te horen en informatie in te winnen, voorzover dit voor de uitvoering van de taken noodzakelijk is.
3. De vertrouwenspersoon legt verantwoording af over de verrichte werkzaamheden aan een door de minister aangewezen persoon.
2. De vertrouwenspersoon is met inachtneming van de nodige vertrouwelijkheid bevoegd de beklaagde of andere betrokkenen binnen de dienst te horen en informatie in te winnen, voorzover dit voor de uitvoering van de taken noodzakelijk is.
3. De vertrouwenspersoon legt verantwoording af over de verrichte werkzaamheden aan een door de minister aangewezen persoon.