BWBR0007569
Geldig vanaf 1995-10-01
Artikel 6
Tijdelijk besluit onderhoudsvoorwaarden kinderbijslag 18-plussers
1. Een verzekerde kan een kind in belangrijke mate, grotendeels of geheel of nagenoeg geheel onderhouden indien een kind niet tot zijn huishouden behoort en
a. het wel tot het huishouden van een ander behoort, of
b. 1°. het ook niet tot het huishouden van een ander behoort, en
2°. voor wie meer personen recht hebben op kinderbijslag waaronder een persoon die recht heeft op kinderbijslag uit hoofde van onderhoud bedoeld in artikel 3, 4 of 5, en
3°. voor wie hij verplicht is krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak een bijdrage te leveren in de kosten van levensonderhoud, of
1°. het ook niet tot het huishouden van een ander behoort, en
2°. voor wie meer personen recht hebben op kinderbijslag waaronder een persoon die recht heeft op kinderbijslag uit hoofde van onderhoud bedoeld in artikel 3, 4 of 5, en
3°. voor wie hij verplicht is krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak een bijdrage te leveren in de kosten van levensonderhoud, of
c. het niet in Nederland verblijft en niet in een andere lid-staat van de Europese Unie, of in een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel in een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten op grond waarvan voor de toepassing van de Nederlandse wettelijke regeling inzake kinderbijslag het wonen van kinderen op het grondgebied van die staat moet worden gelijkgesteld met het wonen op het grondgebied van Nederland, of
d. waarbij een bijdrage in het onderhoud van het kind wordt geleverd door een derde, niet zijnde een verzekerde die een kind onderhoudt als bedoeld in artikel 3, 4, 5, of het tweede tot en met vierde lid van dit artikel.
2. De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid, in belangrijke mate indien hij, naast het onderhoud, bedoeld in artikel 3, een bijdrage in het onderhoud van het kind levert van ten minste f 823,- per 1 oktober 2002: € 386,-per kwartaal.
3. De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid grotendeels indien hij, naast het onderhoud bedoeld in
a. artikel 4, onder 1° een bijdrage in het onderhoud levert van meer dan f 1.663,- per 1 oktober 2002: € 781,- per kwartaal;
b. artikel 4, onder 2° een bijdrage in het onderhoud van het kind levert van meer dan f 2.180,- per 1 oktober 2002: € 1.024,- per kwartaal.
4. De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid geheel of nagenoeg geheel indien hij, naast het onderhoud, bedoeld in artikel 5, een bijdrage in het onderhoud levert van ten minste f 3.924,- per 1 oktober 2002: € 1.842,-per kwartaal.
a. het wel tot het huishouden van een ander behoort, of
b. 1°. het ook niet tot het huishouden van een ander behoort, en
2°. voor wie meer personen recht hebben op kinderbijslag waaronder een persoon die recht heeft op kinderbijslag uit hoofde van onderhoud bedoeld in artikel 3, 4 of 5, en
3°. voor wie hij verplicht is krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak een bijdrage te leveren in de kosten van levensonderhoud, of
1°. het ook niet tot het huishouden van een ander behoort, en
2°. voor wie meer personen recht hebben op kinderbijslag waaronder een persoon die recht heeft op kinderbijslag uit hoofde van onderhoud bedoeld in artikel 3, 4 of 5, en
3°. voor wie hij verplicht is krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak een bijdrage te leveren in de kosten van levensonderhoud, of
c. het niet in Nederland verblijft en niet in een andere lid-staat van de Europese Unie, of in een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel in een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten op grond waarvan voor de toepassing van de Nederlandse wettelijke regeling inzake kinderbijslag het wonen van kinderen op het grondgebied van die staat moet worden gelijkgesteld met het wonen op het grondgebied van Nederland, of
d. waarbij een bijdrage in het onderhoud van het kind wordt geleverd door een derde, niet zijnde een verzekerde die een kind onderhoudt als bedoeld in artikel 3, 4, 5, of het tweede tot en met vierde lid van dit artikel.
2. De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid, in belangrijke mate indien hij, naast het onderhoud, bedoeld in artikel 3, een bijdrage in het onderhoud van het kind levert van ten minste f 823,- per 1 oktober 2002: € 386,-per kwartaal.
3. De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid grotendeels indien hij, naast het onderhoud bedoeld in
a. artikel 4, onder 1° een bijdrage in het onderhoud levert van meer dan f 1.663,- per 1 oktober 2002: € 781,- per kwartaal;
b. artikel 4, onder 2° een bijdrage in het onderhoud van het kind levert van meer dan f 2.180,- per 1 oktober 2002: € 1.024,- per kwartaal.
4. De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt een kind als bedoeld in het eerste lid geheel of nagenoeg geheel indien hij, naast het onderhoud, bedoeld in artikel 5, een bijdrage in het onderhoud levert van ten minste f 3.924,- per 1 oktober 2002: € 1.842,-per kwartaal.