BWBR0007555
Geldig vanaf 2005-03-01
Artikel 3a
Regeling Loodsgeldtarieven
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. frequentiekorting: de korting op de loodsgeldtarieven, bedoeld in artikel 3b;
b. organisatie: de krachtens artikel 15a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie;
c. call: een combinatie van een loodsreis van zee naar een zeehavengebied en een loodsreis naar zee vanuit hetzelfde zeehavengebied via dezelfde vaarroute;
d. zusterschepen: schepen die ten opzichte van elkaar voldoen aan de volgende eisen: 1°. gelijkheid van type, volgens Lloyd's Register of Shipping;
2°. een verschil wat betreft de lengte over alles, de maximale diepgang op de zomerlastlijn, alsmede de maximale breedte van niet meer dan respectievelijk 10, 15 en 20%;
3°. een overeenkomstige uitrusting en inrichting van de brug en de navigatie-instrumenten; en
4°. overeenkomende manoeuvreereigenschappen, in het bijzonder ten aanzien van de boeg- en hekschroeven, het motorvermogen, het roertype, de draairichting en het type van de schroef;
1°. gelijkheid van type, volgens Lloyd's Register of Shipping;
2°. een verschil wat betreft de lengte over alles, de maximale diepgang op de zomerlastlijn, alsmede de maximale breedte van niet meer dan respectievelijk 10, 15 en 20%;
3°. een overeenkomstige uitrusting en inrichting van de brug en de navigatie-instrumenten; en
4°. overeenkomende manoeuvreereigenschappen, in het bijzonder ten aanzien van de boeg- en hekschroeven, het motorvermogen, het roertype, de draairichting en het type van de schroef;
e. cluster van zusterschepen: twee of meer zusterschepen die door dezelfde natuurlijke of rechtspersoon worden geëxploiteerd;
f. consortium: twee of meer zusterschepen die onderdeel vormen van een samenwerkingsverband waarin schepen regelmatig volgens een vast lijndienstschema, dat op een voor de sector gebruikelijke wijze bekend is gesteld, eenzelfde daarbij vooraf vastgestelde Nederlandse haven aanlopen.
2. Een schip kan tegelijkertijd slechts deel uitmaken van één cluster van zusterschepen of consortium.
a. frequentiekorting: de korting op de loodsgeldtarieven, bedoeld in artikel 3b;
b. organisatie: de krachtens artikel 15a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie;
c. call: een combinatie van een loodsreis van zee naar een zeehavengebied en een loodsreis naar zee vanuit hetzelfde zeehavengebied via dezelfde vaarroute;
d. zusterschepen: schepen die ten opzichte van elkaar voldoen aan de volgende eisen: 1°. gelijkheid van type, volgens Lloyd's Register of Shipping;
2°. een verschil wat betreft de lengte over alles, de maximale diepgang op de zomerlastlijn, alsmede de maximale breedte van niet meer dan respectievelijk 10, 15 en 20%;
3°. een overeenkomstige uitrusting en inrichting van de brug en de navigatie-instrumenten; en
4°. overeenkomende manoeuvreereigenschappen, in het bijzonder ten aanzien van de boeg- en hekschroeven, het motorvermogen, het roertype, de draairichting en het type van de schroef;
1°. gelijkheid van type, volgens Lloyd's Register of Shipping;
2°. een verschil wat betreft de lengte over alles, de maximale diepgang op de zomerlastlijn, alsmede de maximale breedte van niet meer dan respectievelijk 10, 15 en 20%;
3°. een overeenkomstige uitrusting en inrichting van de brug en de navigatie-instrumenten; en
4°. overeenkomende manoeuvreereigenschappen, in het bijzonder ten aanzien van de boeg- en hekschroeven, het motorvermogen, het roertype, de draairichting en het type van de schroef;
e. cluster van zusterschepen: twee of meer zusterschepen die door dezelfde natuurlijke of rechtspersoon worden geëxploiteerd;
f. consortium: twee of meer zusterschepen die onderdeel vormen van een samenwerkingsverband waarin schepen regelmatig volgens een vast lijndienstschema, dat op een voor de sector gebruikelijke wijze bekend is gesteld, eenzelfde daarbij vooraf vastgestelde Nederlandse haven aanlopen.
2. Een schip kan tegelijkertijd slechts deel uitmaken van één cluster van zusterschepen of consortium.