BWBR0007546
Geldig vanaf 1995-10-05
Artikel 3
Instelling Commissie werkbelasting strafkamer Hoge Raad
In de commissie hebben zitting:
a. als voorzitter: mr. W. E. Haak, vice-president van de Hoge Raad der Nederlanden.
b. als leden: mr. C. J. G. Bleichrodt, raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden; prof. mr. J. de Hullu, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant; prof. mr. L. C. M. Meijers, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en bijzonder hoogleraar (em.) op het gebied van de internationaalrechtelijke, in het bijzonder mensenrechterlijke aspecten van het strafrecht, aan de Rijksuniversiteit Groningen; mr. B. E. P. Myjer, advocaat-generaal bij het Gerechtshof te Den Haag; mr. A. M. M. Orie, advocaat te Den Haag.
c. als adviserend lid: mr. F. D. van Asbeck, hoofd van de Sector Strafrecht en sanctierecht van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie.
d. als eerste secretaris: mw. mr. G. M. Mintjes, raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie; als tweede secretaris: mr. J. F. L. Roording, wetgevingsjurist bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie.
a. als voorzitter: mr. W. E. Haak, vice-president van de Hoge Raad der Nederlanden.
b. als leden: mr. C. J. G. Bleichrodt, raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden; prof. mr. J. de Hullu, hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant; prof. mr. L. C. M. Meijers, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en bijzonder hoogleraar (em.) op het gebied van de internationaalrechtelijke, in het bijzonder mensenrechterlijke aspecten van het strafrecht, aan de Rijksuniversiteit Groningen; mr. B. E. P. Myjer, advocaat-generaal bij het Gerechtshof te Den Haag; mr. A. M. M. Orie, advocaat te Den Haag.
c. als adviserend lid: mr. F. D. van Asbeck, hoofd van de Sector Strafrecht en sanctierecht van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie.
d. als eerste secretaris: mw. mr. G. M. Mintjes, raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie; als tweede secretaris: mr. J. F. L. Roording, wetgevingsjurist bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie.