1. De ouder die op grond van
artikel 810a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingde rechter verzoekt een deskundige te benoemen, is aan de griffier een eigen bijdrage verschuldigd met betrekking tot de vergoedingen en kosten, bedoeld in artikel 1.
2. De eigen bijdrage bedraagt € 45,38, indien het inkomen van de ouder blijkens het door deze over te leggen afschrift van een bewijs van toevoeging, bedoeld in
artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, niet meer bedraagt dan in
artikel 2, eerste of tweede lid, telkens onderdeel d, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstandis bedoeld.
3. De eigen bijdrage bedraagt € 181,51, indien het inkomen van de ouder blijkens het door deze over te leggen afschrift van een bewijs van toevoeging, bedoeld in
artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, niet meer bedraagt dan in
artikel 2, eerste of tweede lid, telkens onderdeel e, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstandis bedoeld.
4. De eigen bijdrage bedraagt € 453,78, indien geen afschrift van het bewijs van toevoeging als bedoeld in
artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstandwordt overgelegd.
5. In plaats van een afschrift van het bewijs van toevoeging als bedoeld in
artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstandkan een verklaring van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in
artikel 1 van die wetworden overgelegd waaruit het inkomen van de ouder blijkt.
6.
Artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zakenis van overeenkomstige toepassing.