BWBR0007523
Geldig vanaf 2021-05-26
Artikel 1h
Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen
1. Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007149/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen</a>is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000</a>, verleend onder een beperking verband houdend met onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (herschikking) (PbEU 2016, L 132) of een vreemdeling die in het bezit is van een machtiging tot voorlopig verblijf die overeenkomt met voornoemd verblijfsdoel, die in Nederland wordt tewerkgesteld bij een krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/2c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2c van de Vreemdelingenwet 2000</a>als referent erkende onderzoeksinstelling in de zin van die richtlijn.
2. Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007149/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen</a>is eveneens niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in Nederland verblijft op grond van <a href="/wet/BWBR0011825/artikel/3.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.3, vierde lid, onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000</a>en onderwijs geeft of onderzoek verricht aan een krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/2c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2c van de Vreemdelingenwet 2000</a>als referent erkende onderzoeksinstelling die geen universiteit, hogeschool of gelieerde instelling is, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor onderzoek in de zin van de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, en tevens houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor onderzoek in de zin van die richtlijn.
2. Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007149/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen</a>is eveneens niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in Nederland verblijft op grond van <a href="/wet/BWBR0011825/artikel/3.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.3, vierde lid, onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000</a>en onderwijs geeft of onderzoek verricht aan een krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/2c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2c van de Vreemdelingenwet 2000</a>als referent erkende onderzoeksinstelling die geen universiteit, hogeschool of gelieerde instelling is, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder l.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor onderzoek in de zin van de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, en tevens houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor onderzoek in de zin van die richtlijn.