BWBR0007511
Geldig vanaf 1995-08-25
Artikel 3
Regeling storingsklachten
1. Een klacht wordt niet in behandeling genomen indien:
a. het duidelijk is dat de klacht geen betrekking heeft op een storing;
b. een ongestoorde ontvangst, in geval van klachten over de ontvangst van omroepzenders, naar het oordeel van de minister, mede gelet op de plaats van de betrokken ontvanginrichting en de betrokken omroepzenders, niet mag worden verwacht;
c. de klacht betrekking heeft op omroepontvangst in niet vast opgestelde voer-en vaartuigen;
2. Indien een klacht niet in behandeling wordt genomen, wordt hiervan aan de klager onder opgave van redenen binnen vier weken na ontvangst van de klacht, schriftelijk mededeling gedaan.
a. het duidelijk is dat de klacht geen betrekking heeft op een storing;
b. een ongestoorde ontvangst, in geval van klachten over de ontvangst van omroepzenders, naar het oordeel van de minister, mede gelet op de plaats van de betrokken ontvanginrichting en de betrokken omroepzenders, niet mag worden verwacht;
c. de klacht betrekking heeft op omroepontvangst in niet vast opgestelde voer-en vaartuigen;
2. Indien een klacht niet in behandeling wordt genomen, wordt hiervan aan de klager onder opgave van redenen binnen vier weken na ontvangst van de klacht, schriftelijk mededeling gedaan.