BWBR0007487
Geldig vanaf 1995-07-27
Artikel 4
Uitsluiting toepassing van bepalingen van de Wet ambulancevervoer ten aanzien van categorieën van ambulancevervoer
1. Met betrekking tot de paraatheid geldt de volgende regeling:
a. iedere in artikel 1 bedoelde ambulance-auto, met uitzondering van die vermeld in artikel 1, eerste lid, onder c of d, wordt door of namens de eigenaar ervan aangemeld bij gedeputeerde staten en bij de centrale post van de provincie onderscheidenlijk de regio waarin hij is gestationeerd;
b. de beschikbaarheid van de in artikel 1 bedoelde ambulance-auto’s, met uitzondering van de ambulance-auto’s, vermeld in artikel 1, eerste lid, onder c of d, voor het in dat artikel bedoelde ambulancevervoer wordt door of namens de eigenaar van deze auto’s medegedeeld aan de centrale post voor het gebied waarin de desbetreffende ambulance-auto voor bedoeld ambulancevervoer wordt ingeschakeld;
c. alle ambulancevervoer, bedoeld in artikel 1, tweede lid, wordt door of namens de eigenaar van de betrokken ambulance-auto gemeld aan de centrale post voor het gebied waarin dit vervoer aanvangt en mag slechts worden verricht met inachtneming van de instructies van degene die met de leiding van de centrale post is belast.
2. Gedeputeerde staten doen aan belanghebbenden mededeling van de aanmelding bedoeld in het eerste lid, onder a.
a. iedere in artikel 1 bedoelde ambulance-auto, met uitzondering van die vermeld in artikel 1, eerste lid, onder c of d, wordt door of namens de eigenaar ervan aangemeld bij gedeputeerde staten en bij de centrale post van de provincie onderscheidenlijk de regio waarin hij is gestationeerd;
b. de beschikbaarheid van de in artikel 1 bedoelde ambulance-auto’s, met uitzondering van de ambulance-auto’s, vermeld in artikel 1, eerste lid, onder c of d, voor het in dat artikel bedoelde ambulancevervoer wordt door of namens de eigenaar van deze auto’s medegedeeld aan de centrale post voor het gebied waarin de desbetreffende ambulance-auto voor bedoeld ambulancevervoer wordt ingeschakeld;
c. alle ambulancevervoer, bedoeld in artikel 1, tweede lid, wordt door of namens de eigenaar van de betrokken ambulance-auto gemeld aan de centrale post voor het gebied waarin dit vervoer aanvangt en mag slechts worden verricht met inachtneming van de instructies van degene die met de leiding van de centrale post is belast.
2. Gedeputeerde staten doen aan belanghebbenden mededeling van de aanmelding bedoeld in het eerste lid, onder a.