BWBR0007456
Geldig vanaf 1995-07-01
Artikel 26
AVWD 1995
1. 1. Onverminderd alle andere rechten of vorderingen mag de opdrachtgever de overeenkomst door een schriftelijke verklaring geheel of gedeeltelijk ontbinden, indien:
a. de opdrachtnemer in verzuim komt met de nakoming van een verplichting uit hoofde van de overeenkomst;
b. de nakoming door de opdrachtnemer van een opeisbare verplichting uit hoofde van de overeenkomst blijvend of tijdelijk onmogelijk wordt;
c. de opdrachtnemer in staat van faillissement wordt verklaard of aan hem, al dan niet voorlopig, surséance van betaling wordt verleend;
d. door de opdrachtnemer of een van zijn ondergeschikten enig voordeel is of wordt aangeboden of verschaft aan een persoon die deel uitmaakt van een orgaan van de opdrachtgever of aan een van zijn ondergeschikten of vertegenwoordigers.
2. Indien de overeenkomst op grond van het in lid 1 bepaalde is ontbonden, zal de opdrachtnemer de reeds aan hem verrichte betalingen aan de opdrachtgever terugbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente over het betaalde bedrag vanaf de dag waarop dit is betaald. Indien de overeenkomst gedeeltelijk is ontbonden, bestaat de terugbetalingsverplichting alleen voorzover de betalingen op het ontbonden gedeelte betrekking hebben.
3. De opdrachtgever mag ook buiten de in de wet of lid 1 geregelde gevallen de uitvoering van de overeenkomst geheel of gedeeltelijk opschorten of de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden, mits hij dan de schade vergoedt die de opdrachtnemer daardoor lijdt.
a. de opdrachtnemer in verzuim komt met de nakoming van een verplichting uit hoofde van de overeenkomst;
b. de nakoming door de opdrachtnemer van een opeisbare verplichting uit hoofde van de overeenkomst blijvend of tijdelijk onmogelijk wordt;
c. de opdrachtnemer in staat van faillissement wordt verklaard of aan hem, al dan niet voorlopig, surséance van betaling wordt verleend;
d. door de opdrachtnemer of een van zijn ondergeschikten enig voordeel is of wordt aangeboden of verschaft aan een persoon die deel uitmaakt van een orgaan van de opdrachtgever of aan een van zijn ondergeschikten of vertegenwoordigers.
2. Indien de overeenkomst op grond van het in lid 1 bepaalde is ontbonden, zal de opdrachtnemer de reeds aan hem verrichte betalingen aan de opdrachtgever terugbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente over het betaalde bedrag vanaf de dag waarop dit is betaald. Indien de overeenkomst gedeeltelijk is ontbonden, bestaat de terugbetalingsverplichting alleen voorzover de betalingen op het ontbonden gedeelte betrekking hebben.
3. De opdrachtgever mag ook buiten de in de wet of lid 1 geregelde gevallen de uitvoering van de overeenkomst geheel of gedeeltelijk opschorten of de overeenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden, mits hij dan de schade vergoedt die de opdrachtnemer daardoor lijdt.