BWBR0007428
Geldig vanaf 06-06-1995
Artikel 4
Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
1. De Voorzitter vertrouwt het onderzoek van de geloofsbrief toe aan een commissie van drie leden, die hij voor dat doel aanwijst. Een van hen benoemt hij tot voorzitter.
2. In geval van periodieke aftreding of ontbinding van de Kamer wijst hij een tweede commissie als bedoeld in het vorige lid aan.
Hij verdeelt het onderzoek van de geloofsbrieven over de beide commissies. Behoort een der aangewezenen tot de nieuwverkozenen, dan wordt zijn geloofsbrief onderzocht door de commissie van welke hij geen deel uitmaakt.
3. De aanwijzing tot lid van een commissie als bedoeld in het vorige lid is geen besluit in de zin van artikel 19, eerste lid.
2. In geval van periodieke aftreding of ontbinding van de Kamer wijst hij een tweede commissie als bedoeld in het vorige lid aan.
Hij verdeelt het onderzoek van de geloofsbrieven over de beide commissies. Behoort een der aangewezenen tot de nieuwverkozenen, dan wordt zijn geloofsbrief onderzocht door de commissie van welke hij geen deel uitmaakt.
3. De aanwijzing tot lid van een commissie als bedoeld in het vorige lid is geen besluit in de zin van artikel 19, eerste lid.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007428
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl