BWBR0007396
Geldig vanaf 1995-08-03
Artikel 2
Regeling ter verbetering van de vakbekwaamheid van in de landbouw werkzame personen
1. De minister kan besluiten dat aan in de landbouw werkzame personen op aanvraag een bijdrage wordt verleend voor het aan een instelling volgen van een cursus ter vergroting van hun vakbekwaamheid;
– op het gebied van het milieu;
ter verbetering van de kwaliteit en omschakeling van de produktie op basis van de eisen van de markt;
ter vergroting van de boekhoudkundige en bedrijfseconomische kennis;
op het gebied van diversificatie van bedrijfsactiviteiten;
op het gebied van aanpassingen van het bedrijf om de produktiekosten te drukken, of
ter verbetering en bevordering van het welzijn van dieren.
2. De bijdrage wordt slechts verstrekt voor een met een certificaat of getuigschrift afgesloten cursus.
3. De bijdrage als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor een cursus op het niveau van:
a. beginnend beroepsbeoefenaar f 50 per BE, tot maximaal f 400 per cursus;
b. zelfstandig beroepsbeoefenaar f 100 per BE, tot maximaal f 400 per cursus;
c. kaderfunctionaris f 100 per BE tot maximaal f 400 per cursus.
4. Een cursus als bedoeld in het eerste lid heeft binnen een cursusjaar een omvang van ten minste:
a. 2 BE op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar;
b. 3 BE op het niveau van zelfstandig beroepsbeoefenaar;
c. 4 BE op het niveau van kaderfunctionaris.
– op het gebied van het milieu;
ter verbetering van de kwaliteit en omschakeling van de produktie op basis van de eisen van de markt;
ter vergroting van de boekhoudkundige en bedrijfseconomische kennis;
op het gebied van diversificatie van bedrijfsactiviteiten;
op het gebied van aanpassingen van het bedrijf om de produktiekosten te drukken, of
ter verbetering en bevordering van het welzijn van dieren.
2. De bijdrage wordt slechts verstrekt voor een met een certificaat of getuigschrift afgesloten cursus.
3. De bijdrage als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor een cursus op het niveau van:
a. beginnend beroepsbeoefenaar f 50 per BE, tot maximaal f 400 per cursus;
b. zelfstandig beroepsbeoefenaar f 100 per BE, tot maximaal f 400 per cursus;
c. kaderfunctionaris f 100 per BE tot maximaal f 400 per cursus.
4. Een cursus als bedoeld in het eerste lid heeft binnen een cursusjaar een omvang van ten minste:
a. 2 BE op het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar;
b. 3 BE op het niveau van zelfstandig beroepsbeoefenaar;
c. 4 BE op het niveau van kaderfunctionaris.