BWBR0007391
Geldig vanaf 15-04-1996
Artikel 8
Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau
1. De in artikel 7 genoemde versierselen met lint kunnen in een verkleinde vorm worden gedragen in plaats van de in artikel 7 genoemde onderscheidingstekens.
2. Leden van de Orde die een uniform dragen kunnen het draagteken in de vorm van een bâton van 27 bij 11 millimeter dragen. Indien de graad van Ridder Grootkruis, Grootofficier of Commandeur is verleend, wordt op de bâton een rozet met daarachter een balk als bedoeld in artikel 7, respectievelijk onderdeel a, onder 3°, onderdeel b, onder 3°, en onderdeel c, onder 2°, bevestigd. Indien de graad van Officier, dan wel Ridder is verleend, wordt op de bâton een rozet respectievelijk een kleine zilveren kroon bevestigd.
2. Leden van de Orde die een uniform dragen kunnen het draagteken in de vorm van een bâton van 27 bij 11 millimeter dragen. Indien de graad van Ridder Grootkruis, Grootofficier of Commandeur is verleend, wordt op de bâton een rozet met daarachter een balk als bedoeld in artikel 7, respectievelijk onderdeel a, onder 3°, onderdeel b, onder 3°, en onderdeel c, onder 2°, bevestigd. Indien de graad van Officier, dan wel Ridder is verleend, wordt op de bâton een rozet respectievelijk een kleine zilveren kroon bevestigd.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007391
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl