BWBR0007347
Geldig vanaf 1995-05-01
Artikel 5
Reglement klachtencommissie sexuele intimidatie Ministerie van Justitie
1. Ieder persoon werkzaam in dienst van of onder het gezag van de Minister kan een klacht indienen over daden, gedragingen of uitingen van personen werkend in dienst van of onder het gezag van de Minister die door de indiener van de klacht als sexuele intimidatie worden ervaren.
2. Een klacht omtrent sexuele intimidatie dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee jaar na de in het eerste lid bedoelde daden, gedragingen of uitingen te worden ingediend.
3. Een klacht wordt ingediend bij de commissie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van het bevoegd gezag of de vertrouwenspersoon sexuele intimidatie.
4. Een klacht bevat naast de naam van de klager en een dagtekening ten minste een omschrijving van de daden, gedragingen of uitingen, als bedoeld in het eerste lid, het tijdstip of de periode waarop deze betrekking hebben, de identiteit van de beklaagde(n), alsmede een overzicht van door de klager ondernomen stappen en daarop betrekking hebbende schriftelijke stukken voor zover aanwezig.
5. Een klacht over sexuele intimidatie is vatbaar voor onderzoek door de commissie indien:
a) naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van een zodanig ernstige vorm van sexuele intimidatie dat hij inschakeling van de commissie noodzakelijk acht;
b) de klager schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven prijs te stellen op onderzoek door de commissie;
6. De commissie onderzoekt geen klachten van personen die van rechtswege van hun vrijheid zijn beroofd.
De commissie onderzoekt geen klachten tegen personen die van rechtswege van hun vrijheid zijn beroofd.
2. Een klacht omtrent sexuele intimidatie dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee jaar na de in het eerste lid bedoelde daden, gedragingen of uitingen te worden ingediend.
3. Een klacht wordt ingediend bij de commissie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van het bevoegd gezag of de vertrouwenspersoon sexuele intimidatie.
4. Een klacht bevat naast de naam van de klager en een dagtekening ten minste een omschrijving van de daden, gedragingen of uitingen, als bedoeld in het eerste lid, het tijdstip of de periode waarop deze betrekking hebben, de identiteit van de beklaagde(n), alsmede een overzicht van door de klager ondernomen stappen en daarop betrekking hebbende schriftelijke stukken voor zover aanwezig.
5. Een klacht over sexuele intimidatie is vatbaar voor onderzoek door de commissie indien:
a) naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van een zodanig ernstige vorm van sexuele intimidatie dat hij inschakeling van de commissie noodzakelijk acht;
b) de klager schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven prijs te stellen op onderzoek door de commissie;
6. De commissie onderzoekt geen klachten van personen die van rechtswege van hun vrijheid zijn beroofd.
De commissie onderzoekt geen klachten tegen personen die van rechtswege van hun vrijheid zijn beroofd.