1. Koppeling van het register met een ander politieregister of een register als bedoeld in artikel 17, aanhef en onder a, van de Wet persoonsregistraties (Stb. 1988, 665), kan plaatsvinden:
a. voor zover deze koppeling noodzakelijk is voor het doel van het register, met: 1. andere ’Grijze veld’-registers, CID-registers, danwel gegevensverzamelingen waarvan de doelstelling nauw bij die van een CID-register aansluit;
2 andere gegevensverzamelingen;
1. andere ’Grijze veld’-registers, CID-registers, danwel gegevensverzamelingen waarvan de doelstelling nauw bij die van een CID-register aansluit;
2 andere gegevensverzamelingen;
b met het register van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, voor zover de koppeling plaatsvindt ten behoeve van de taken van dat Meldpunt en daarbij uit het ’Grijze-veld’ slechts gegevens worden verstrekt die noodzakelijk zijn om te kunnen vaststellen of een persoon in dat register is opgenomen.
2. Van koppelingen als bedoeld in het eerste lid, onder a 2, wordt de Registratiekamer in kennis gesteld.
3. Van een koppeling wordt proces-verbaal opgemaakt overeenkomstig het bepaalde in
artikel 5 van het besluit. Dit proces-verbaal wordt gedurende twee jaren bewaard.
4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid hoeft van een koppeling die plaats vindt in het kader van misdaadanalyse, alsmede van een koppeling met het register van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, geen proces-verbaal te worden opgemaakt.