BWBR0007338
Geldig vanaf 1995-04-21
Artikel 4
Deltawet grote rivieren
1. Degene die als beheerder dient over te gaan tot de uitvoering van een werk als bedoeld in artikel 1, stelt een concept-plan van uitvoering met toelichting vast.
2. Uit het concept-plan en de toelichting blijkt welke gevolgen aan de uitvoering zijn verbonden en op welke wijze met de daarbij betrokken belangen, waaronder die van landschap, natuur, cultuurhistorie, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu conform de aanbevelingen van de Commissie Toetsing Uitgangspunten Rivierdijkversterkingen (Boertien I), is rekening gehouden.
3. Gedeputeerde staten stellen op basis van het concept-plan het plan met toelichting vast. Zij nemen hun besluit zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken nadat het concept-plan met toelichting door de beheerder aan hen is toegezonden. In bijzondere omstandigheden kunnen gedeputeerde staten de in de tweede volzin genoemde termijn met ten hoogste twee weken verlengen. Indien gedeputeerde staten niet binnen de in de derde volzin bepaalde termijn beslissen, wordt het concept-plan met toelichting zoals het door de beheerder aan hen is toegezonden geacht te zijn vastgesteld door gedeputeerde staten.
4. De in artikel 1bedoelde werken worden door de beheerder uitgevoerd overeenkomstig het door gedeputeerde staten vastgestelde plan. In geval van uitvoering in strijd met het plan kunnen gedeputeerde staten de beheerder gelasten die uitvoering te staken en ongedaan te maken hetgeen in strijd met het plan is verricht.
2. Uit het concept-plan en de toelichting blijkt welke gevolgen aan de uitvoering zijn verbonden en op welke wijze met de daarbij betrokken belangen, waaronder die van landschap, natuur, cultuurhistorie, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu conform de aanbevelingen van de Commissie Toetsing Uitgangspunten Rivierdijkversterkingen (Boertien I), is rekening gehouden.
3. Gedeputeerde staten stellen op basis van het concept-plan het plan met toelichting vast. Zij nemen hun besluit zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken nadat het concept-plan met toelichting door de beheerder aan hen is toegezonden. In bijzondere omstandigheden kunnen gedeputeerde staten de in de tweede volzin genoemde termijn met ten hoogste twee weken verlengen. Indien gedeputeerde staten niet binnen de in de derde volzin bepaalde termijn beslissen, wordt het concept-plan met toelichting zoals het door de beheerder aan hen is toegezonden geacht te zijn vastgesteld door gedeputeerde staten.
4. De in artikel 1bedoelde werken worden door de beheerder uitgevoerd overeenkomstig het door gedeputeerde staten vastgestelde plan. In geval van uitvoering in strijd met het plan kunnen gedeputeerde staten de beheerder gelasten die uitvoering te staken en ongedaan te maken hetgeen in strijd met het plan is verricht.