BWBR0007326
Geldig vanaf 1995-05-12
Artikel 7
Besluit tegemoetkoming ziektekosten en inkomenstoeslag onderwijs- en onderzoekpersoneel
1. Voor de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderb1 tot en met b7, worden de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag uitbetaald in de maand januari over het tweede en derde kwartaal van het voorafgaande jaar en in de maand mei dan wel op verzoek van de betrokkene in december over het vierde kwartaal van het voorafgaande jaar en het eerste kwartaal van het lopende jaar. Zo nodig vindt de uitbetaling in afwijking van het vorenstaande eerder plaats in geval van ontslag of overlijden van betrokkene,.
2. Voor de betrokkene, bedoeld in artikel 1, onderb10 en b12, worden de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag uitbetaald in de maanden juni en december, telkens over de twee voorafgaande kwartalen eindigend met de maand maart respectievelijk september, dan wel op verzoek van de betrokkene in de maand december over de vier voorafgaande kwartalen eindigend met de maand september. Zo nodig vindt uitbetaling in afwijking van het vorenstaande eerder plaats in geval van ontslag of overlijden van de betrokkene,.
3. De eerste uitbetaling van de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag vindt slechts op aanvraag plaats. Indien wijzigingen optreden in de voor de betaling relevante gegevens is de betrokkene verplicht deze wijzigingen te melden. De eerste aanvraag alsmede de melding van de wijzigingen geschiedt op een door Onze Minister toegestaan formulier.
4. Indien niet binnen de periode van een jaar nadat het recht op respectievelijk nadat de verhoging van de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag is ontstaan een aanvraag-, respectievelijk wijzigingsformulier is ingediend, vindt de eerste uitbetaling, respectievelijk verhoging van de uitbetaling van de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag plaats met terugwerkende kracht tot en met een jaar gerekend vanaf de eerste dag van de maand na indiening.
2. Voor de betrokkene, bedoeld in artikel 1, onderb10 en b12, worden de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag uitbetaald in de maanden juni en december, telkens over de twee voorafgaande kwartalen eindigend met de maand maart respectievelijk september, dan wel op verzoek van de betrokkene in de maand december over de vier voorafgaande kwartalen eindigend met de maand september. Zo nodig vindt uitbetaling in afwijking van het vorenstaande eerder plaats in geval van ontslag of overlijden van de betrokkene,.
3. De eerste uitbetaling van de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag vindt slechts op aanvraag plaats. Indien wijzigingen optreden in de voor de betaling relevante gegevens is de betrokkene verplicht deze wijzigingen te melden. De eerste aanvraag alsmede de melding van de wijzigingen geschiedt op een door Onze Minister toegestaan formulier.
4. Indien niet binnen de periode van een jaar nadat het recht op respectievelijk nadat de verhoging van de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag is ontstaan een aanvraag-, respectievelijk wijzigingsformulier is ingediend, vindt de eerste uitbetaling, respectievelijk verhoging van de uitbetaling van de tegemoetkoming, de toeslag en de aanvullende toeslag plaats met terugwerkende kracht tot en met een jaar gerekend vanaf de eerste dag van de maand na indiening.