BWBR0007317
Geldig vanaf 1995-04-08
Artikel 5
Vaststelling van enige energieprogramma's
Dit onderdeel richt zich op een energie-efficiency verbetering van 26% tussen 1989 en 2000 en het verminderen van de groei van het energiegebruik als gevolg van toepassing van een aantal nieuwe energie-intensieve milieutechnologieën, door middel van het bevorderen van de kennis en toepassing van energiebesparingstechnieken en energiezuinige processen voor mestbehandeling, bestrijding van ammoniakemissie en andere schadelijke emissies binnen de veehouderij.
De veehouderij is ingedeeld in varkenshouderij, pluimveehouderij en rundveehouderij. Er wordt naar gestreefd om met de veehouderij meerjarenafspraken te maken. Primair staat het belang, dat de te ondersteunen projecten bijdragen aan vernieuwingen die een aanmerkelijk effect hebben op energiegebruik en verbetering van het milieu, en daarmee bijdragen aan het behalen van de beleidsdoelstelling.
De voornaamste soorten projecten die in 1995 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
ontwikkeling van, praktijkexperimenten met, kennisoverdracht en marktintroductie van nieuwe en innovatieve energiezuinige (natuurlijke) ventilatiesystemen en regelingen in de intensieve veehouderij;
ontwikkeling van, praktijkexperimenten met, demonstratie en kennisoverdracht van energie-efficiënte verwarmingssystemen in de zeugen-, vleeskuiken- en kalverhouderij;
ontwikkelen en demonstreren van grotere toepassingsmogelijkheden van restwarmte die vrijkomt bij de koeling van melk;
ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties op het gebied van energiebesparing;
ontwikkelen, demonstreren en introduceren van energie-efficiënte (decentrale) mestverwerkingsconcepten en (brongerichte) technieken voor de reductie van ammoniak-emissie en andere schadelijke emissies.
De veehouderij is ingedeeld in varkenshouderij, pluimveehouderij en rundveehouderij. Er wordt naar gestreefd om met de veehouderij meerjarenafspraken te maken. Primair staat het belang, dat de te ondersteunen projecten bijdragen aan vernieuwingen die een aanmerkelijk effect hebben op energiegebruik en verbetering van het milieu, en daarmee bijdragen aan het behalen van de beleidsdoelstelling.
De voornaamste soorten projecten die in 1995 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
ontwikkeling van, praktijkexperimenten met, kennisoverdracht en marktintroductie van nieuwe en innovatieve energiezuinige (natuurlijke) ventilatiesystemen en regelingen in de intensieve veehouderij;
ontwikkeling van, praktijkexperimenten met, demonstratie en kennisoverdracht van energie-efficiënte verwarmingssystemen in de zeugen-, vleeskuiken- en kalverhouderij;
ontwikkelen en demonstreren van grotere toepassingsmogelijkheden van restwarmte die vrijkomt bij de koeling van melk;
ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties op het gebied van energiebesparing;
ontwikkelen, demonstreren en introduceren van energie-efficiënte (decentrale) mestverwerkingsconcepten en (brongerichte) technieken voor de reductie van ammoniak-emissie en andere schadelijke emissies.