BWBR0007316
Geldig vanaf 1995-07-01
Artikel II
Intrekking Beschikking jaarlijkse bijdrage bestaande eigen woningen en wijziging Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies
1. De Beschikking jaarlijkse bijdrage bestaande eigen woningen wordt ingetrokken.
2. De in het eerste lid genoemde regeling blijft van toepassing op elke woning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van die regeling, waarvan de eigendom vóór 1 juli 1995 is overgedragen aan de begunstigde in de zin van artikel 13 van die regeling, indien de aanvraag om verstrekking van een jaarlijkse bijdrage op voet van die regeling binnen drie maanden na de inschrijving van de betrokken akte van levering in de openbare registers wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin die woning gelegen is.
3. De in het eerste lid genoemde regeling blijft van toepassing op elke woning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van die regeling, waarvan de eigendom op of na 1 juli 1995 en vóór 1 januari 1996 wordt overgedragen aan de begunstigde in de zin van artikel 13 van die regeling, indien:
a. de aanvraag om verstrekking van een jaarlijkse bijdrage op voet van die regeling binnen drie maanden na de inschrijving van de betrokken akte van levering in de openbare registers wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin die woning gelegen is en
b. in die aanvraag ten genoegen van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aannemelijk wordt gemaakt dat uiterlijk op 7 april 1995 een schriftelijke afspraak tussen de verkoper van de betrokken woning en de begunstigde is gemaakt die inhoudt dat de eigendomsoverdracht plaatsvindt op of na 1 juli 1995 en vóór 1 januari 1996.
2. De in het eerste lid genoemde regeling blijft van toepassing op elke woning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van die regeling, waarvan de eigendom vóór 1 juli 1995 is overgedragen aan de begunstigde in de zin van artikel 13 van die regeling, indien de aanvraag om verstrekking van een jaarlijkse bijdrage op voet van die regeling binnen drie maanden na de inschrijving van de betrokken akte van levering in de openbare registers wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin die woning gelegen is.
3. De in het eerste lid genoemde regeling blijft van toepassing op elke woning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van die regeling, waarvan de eigendom op of na 1 juli 1995 en vóór 1 januari 1996 wordt overgedragen aan de begunstigde in de zin van artikel 13 van die regeling, indien:
a. de aanvraag om verstrekking van een jaarlijkse bijdrage op voet van die regeling binnen drie maanden na de inschrijving van de betrokken akte van levering in de openbare registers wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin die woning gelegen is en
b. in die aanvraag ten genoegen van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aannemelijk wordt gemaakt dat uiterlijk op 7 april 1995 een schriftelijke afspraak tussen de verkoper van de betrokken woning en de begunstigde is gemaakt die inhoudt dat de eigendomsoverdracht plaatsvindt op of na 1 juli 1995 en vóór 1 januari 1996.