BWBR0007309
Geldig vanaf 1995-04-07
Artikel III
Wijziging van de op grond van artikel 40, derde lid, w.a.o. en artikel 32, vierde lid, Ziektewet getroffen regelingen
1. Voor degene, die zijn werkzaamheden in het kader van de WSWwegens arbeidsongeschiktheid heeft moeten verminderen of beëindigen en op wie gedurende deze werkzaamheden het bepaalde bij of krachtens artikel 44 van de WAOvan toepassing was, vindt, wanneer de arbeidsongeschiktheid op de dag na beëindiging van het ziekengeld op grond van artikel 29, tweede en vijfde lid, van de Ziektewetis toegenomen dan wel 80% of meer bedraagt, op die dag hernieuwde vaststelling van een dagloon plaats overeenkomstig het tweede lid, mits deze vaststelling leidt tot een hoger dagloon dan het dagloon dat voor de berekening van de laatstelijk ontvangen loondervingsuitkering of vervolguitkering in aanmerking werd genomen. Deze hernieuwde vaststelling vindt niet plaats, indien de betrokkene binnen 26 weken na de aanvang van de WSW-werkzaamheden deze wegens arbeidsongeschiktheid heeft moeten verminderen of beëindigen, terwijl de gezondheidstoestand ten tijde van die aanvang het intreden van deze arbeidsongeschiktheid binnen 26 weken kennelijk moest doen verwachten.