BWBR0007292
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 15
Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
1. De inkomsten van het bureau bestaan uit:
a. de opbrengsten uit de opslag van kosten, bedoeld in artikel 408, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
b. de opbrengsten uit vergoedingen voor andere bij of krachtens de wet aan het Bureau opgedragen taken;
c. andere baten, hoe ook genoemd.
2. Onze Minister verstrekt jaarlijks aan het Bureau een subsidie voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b.
3. Onze minister verstrekt jaarlijks aan het Bureau een subsidie voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a. Eveneens wordt jaarlijks aan het Bureau een subsidie verstrekt voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, vierde lid.
4. In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrechtis titel 4.2 van die wetvan toepassing op de subsidies, bedoeld in het tweede en derde lid.
5. Onze Minister geeft jaarlijks voor 1 september, nadat hij daarover met het Bureau heeft overlegd, het bedrag van de subsidie aan dat in het daarop volgende kalenderjaar aan het Bureau zal worden verstrekt en neemt dit bedrag op in het voorstel van wet tot vaststelling van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
6. Indien de subsidie wordt verstrekt ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt zij verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
7. Het Bureau trekt geen gelden aan die dagelijks of op termijn opvorderbaar zijn. In afwijking van de vorige volzin is het aan het Bureau toegestaan ter overbrugging van tijdelijke kastekorten bij een bank die ingevolge de Wet op het financieel toezichtin Nederland haar bedrijf mag uitoefenen tijdelijke kredieten in rekening-courant op te nemen.
a. de opbrengsten uit de opslag van kosten, bedoeld in artikel 408, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
b. de opbrengsten uit vergoedingen voor andere bij of krachtens de wet aan het Bureau opgedragen taken;
c. andere baten, hoe ook genoemd.
2. Onze Minister verstrekt jaarlijks aan het Bureau een subsidie voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b.
3. Onze minister verstrekt jaarlijks aan het Bureau een subsidie voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a. Eveneens wordt jaarlijks aan het Bureau een subsidie verstrekt voor de kosten van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, vierde lid.
4. In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrechtis titel 4.2 van die wetvan toepassing op de subsidies, bedoeld in het tweede en derde lid.
5. Onze Minister geeft jaarlijks voor 1 september, nadat hij daarover met het Bureau heeft overlegd, het bedrag van de subsidie aan dat in het daarop volgende kalenderjaar aan het Bureau zal worden verstrekt en neemt dit bedrag op in het voorstel van wet tot vaststelling van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
6. Indien de subsidie wordt verstrekt ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt zij verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
7. Het Bureau trekt geen gelden aan die dagelijks of op termijn opvorderbaar zijn. In afwijking van de vorige volzin is het aan het Bureau toegestaan ter overbrugging van tijdelijke kastekorten bij een bank die ingevolge de Wet op het financieel toezichtin Nederland haar bedrijf mag uitoefenen tijdelijke kredieten in rekening-courant op te nemen.