BWBR0007254
Geldig vanaf 1995-02-24
Artikel 6
Regeling Communautair Initiatief Werkgelegenheid
1. Voor subsidie komen in aanmerking de noodzakelijk ten behoeve van de voorbereiding, de uitvoering en het beheer van een project te maken kosten, waaronder onder meer begrepen kunnen worden:
a. kosten van instructiepersoneel;
b. exploitatiekosten;
c. aan deelnemers verstrekte inkomensvervangende uitkeringen en onkostenvergoedingen;
d. aan het project toerekenbare overheadkosten;
e. kosten voor studie-, materiaal- en methodiekontwikkeling
f. kosten i.v.m. transnationale acties
2. De subsidie bedraagt 45% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover die een in de toekenningsbeschikking te bepalen maximum niet te boven gaan. Voor de provincie Flevoland bedraagt de subsidie 65% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover die een in de toekenningsbeschikking te bepalen maximum niet te boven gaan.
3. Het maximum, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan het totaal van de voorbereidings-, uitvoerings- en beheerskosten van het project, zoals door de projectuitvoerder geraamd in zijn subsidie-aanvraag, met dien verstande, dat bepaalde, in de toekenningsbeschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht kunnen worden voor de uitvoering van het project.
4. Geen recht op subsidie bestaat voor kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidieerd.
a. kosten van instructiepersoneel;
b. exploitatiekosten;
c. aan deelnemers verstrekte inkomensvervangende uitkeringen en onkostenvergoedingen;
d. aan het project toerekenbare overheadkosten;
e. kosten voor studie-, materiaal- en methodiekontwikkeling
f. kosten i.v.m. transnationale acties
2. De subsidie bedraagt 45% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover die een in de toekenningsbeschikking te bepalen maximum niet te boven gaan. Voor de provincie Flevoland bedraagt de subsidie 65% van de door de projectuitvoerder feitelijk gemaakte en noodzakelijk te achten kosten, voor zover die een in de toekenningsbeschikking te bepalen maximum niet te boven gaan.
3. Het maximum, bedoeld in het tweede lid, is gelijk aan het totaal van de voorbereidings-, uitvoerings- en beheerskosten van het project, zoals door de projectuitvoerder geraamd in zijn subsidie-aanvraag, met dien verstande, dat bepaalde, in de toekenningsbeschikking te vermelden, kostenposten buiten beschouwing kunnen worden gelaten dan wel op een lager bedrag kunnen worden vastgesteld, voor zover de desbetreffende uitgaven redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht kunnen worden voor de uitvoering van het project.
4. Geen recht op subsidie bestaat voor kosten die uit anderen hoofde worden gesubsidieerd.