BWBR0007232
Geldig vanaf 1995-02-06
Artikel 3
Instellingsbesluit Commissie Integraal Waterbeheer/CUWVO
1. De Commissie bestaat uit:
een onafhankelijke voorzitter aan te wijzen door de Minister van Verkeer en Waterstaat;
een plaatsvervangend voorzitter aan te wijzen vanuit één der leden van de Commissie;
drie leden, aan te wijzen door de Unie van Waterschappen;
drie leden, aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg;
twee leden, aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
twee leden, aan te wijzen door de Minister van Verkeer en Waterstaat;
één lid, aan te wijzen door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en
één lid aan te wijzen door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. Ieder lid kan één plaatsvervanger aanwijzen.
3. De Hoofdingenieur-directeur van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling treedt op als adviseur van de Commissie.
4. De Commissie kan zich laten ondersteunen door voorzitters van door de Commissie ingestelde werkgroepen.
een onafhankelijke voorzitter aan te wijzen door de Minister van Verkeer en Waterstaat;
een plaatsvervangend voorzitter aan te wijzen vanuit één der leden van de Commissie;
drie leden, aan te wijzen door de Unie van Waterschappen;
drie leden, aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg;
twee leden, aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
twee leden, aan te wijzen door de Minister van Verkeer en Waterstaat;
één lid, aan te wijzen door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en
één lid aan te wijzen door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. Ieder lid kan één plaatsvervanger aanwijzen.
3. De Hoofdingenieur-directeur van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling treedt op als adviseur van de Commissie.
4. De Commissie kan zich laten ondersteunen door voorzitters van door de Commissie ingestelde werkgroepen.