BWBR0007209
Geldig vanaf 1995-01-25
Artikel 2
Regeling bezwarenadviescommissie personele aangelegenheden Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
1. Er is een bezwarenadviescommissie personele aangelegenheden Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. De commissie adviseert de minister ten behoeve van door hem te nemen beslissingen op bezwaren van medewerkers tegen besluiten met betrekking tot:
beoordeling;
overplaatsing
herplaatsing;
ontzegging van de toegang;
disciplinaire straf als bedoeld in artikel 81, eerste lid, onder e tot en met l, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
schorsing anders dan bij wijze van disciplinaire straf;
ontslag anders dan bij wijze van disciplinaire straf, voor zover door de minister niet bij apart besluit een bezwarenadviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht voor de advisering terzake van het bezwaar is ingesteld.
3. Indien de directeur Personeel en Organisatie de commissie daarom in individuele gevallen verzoekt, kan de commissie de minister ook adviseren ten behoeve van een door hem te nemen beslissing op een bezwaar van een medewerker tegen een ander besluit dan genoemd in het tweede lid.
2. De commissie adviseert de minister ten behoeve van door hem te nemen beslissingen op bezwaren van medewerkers tegen besluiten met betrekking tot:
beoordeling;
overplaatsing
herplaatsing;
ontzegging van de toegang;
disciplinaire straf als bedoeld in artikel 81, eerste lid, onder e tot en met l, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
schorsing anders dan bij wijze van disciplinaire straf;
ontslag anders dan bij wijze van disciplinaire straf, voor zover door de minister niet bij apart besluit een bezwarenadviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht voor de advisering terzake van het bezwaar is ingesteld.
3. Indien de directeur Personeel en Organisatie de commissie daarom in individuele gevallen verzoekt, kan de commissie de minister ook adviseren ten behoeve van een door hem te nemen beslissing op een bezwaar van een medewerker tegen een ander besluit dan genoemd in het tweede lid.