BWBR0007205
Geldig vanaf 1995-01-18
Artikel 4
Bijdrageregeling 1993 incentive Algemene Bijstandswet
1. De minister stelt de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast binnen achttien maanden na ontvangst van de op het jaar 1993 betrekking hebbende definitieve kostenopgave, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, sub b van het Besluit verantwoording en vergoeding uitkeringskosten ABW, IOAW en IOAZ.
2. Het bedrag van de bijdrage wordt ver-kregen door toepassing van de formule:
{(a + d) – (b*cl + f*c2) } *e
in welke formule voorstelt:
de letter a: de volgens de voorlopige kostenopgaven door de gemeente gemaakte kosten van bijstand in het jaar 1992;
de letter b: de volgens de voorlopige kostenopgaven door de gemeente gemaakte kosten van bijstand in het jaar 1993;
de letter c1: de vermenigvuldigingsfactor als genoemd in artikel 3, sub a;
de letter c2: de vermenigvuldigingsfactor als genoemd in artikel 3, sub b;
de letter d: 10/9 deel van de Rijksbijdrage banenpools van het jaar 1992 volgens de voorlopige kostenopgaven:
de letter e: het in artikel 2, eerste lidgenoemde percentage van 10;
de letter f: 10/9 deel van de Rijksbijdrage banenpools van het jaar 1993 volgens de voorlopige kostenopgaven.
3. Bij de vaststelling van de bijdrage worden de kosten van bijstand verrekend met de door de minister geweigerde vergoeding als bedoeld in artikel 47b van de ABW en de Rijksbijdrage banenpools met de geweigerde of teruggevorderde subsidie als bedoeld in artikel 6van de Rijksbijdrageregeling banenpools.
4. De minister deelt de vaststelling van de bijdrage schriftelijk aan het gemeentebestuur mee.
5. De bijdrage wordt uitbetaald binnen twee maanden na dagtekening van de in het vierde lid bedoelde mededeling.
2. Het bedrag van de bijdrage wordt ver-kregen door toepassing van de formule:
{(a + d) – (b*cl + f*c2) } *e
in welke formule voorstelt:
de letter a: de volgens de voorlopige kostenopgaven door de gemeente gemaakte kosten van bijstand in het jaar 1992;
de letter b: de volgens de voorlopige kostenopgaven door de gemeente gemaakte kosten van bijstand in het jaar 1993;
de letter c1: de vermenigvuldigingsfactor als genoemd in artikel 3, sub a;
de letter c2: de vermenigvuldigingsfactor als genoemd in artikel 3, sub b;
de letter d: 10/9 deel van de Rijksbijdrage banenpools van het jaar 1992 volgens de voorlopige kostenopgaven:
de letter e: het in artikel 2, eerste lidgenoemde percentage van 10;
de letter f: 10/9 deel van de Rijksbijdrage banenpools van het jaar 1993 volgens de voorlopige kostenopgaven.
3. Bij de vaststelling van de bijdrage worden de kosten van bijstand verrekend met de door de minister geweigerde vergoeding als bedoeld in artikel 47b van de ABW en de Rijksbijdrage banenpools met de geweigerde of teruggevorderde subsidie als bedoeld in artikel 6van de Rijksbijdrageregeling banenpools.
4. De minister deelt de vaststelling van de bijdrage schriftelijk aan het gemeentebestuur mee.
5. De bijdrage wordt uitbetaald binnen twee maanden na dagtekening van de in het vierde lid bedoelde mededeling.