BWBR0007190
Geldig vanaf 03-02-1995
Artikel 8
Besluit zonering buitenlands luchtvaartterrein Zuid-Limburg
1. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het luchtvaartterrein, van de woningen die op het tijdstip van in werking treden van dit besluit binnen de zone, nog niet aanwezig of nog niet in aanbouw zijn, is 35 Kosteneenheden.
2. Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van woningen als bedoeld in het eerste lid een hogere waarde vaststellen dan 35 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde 40 Kosteneenheden niet te boven mag gaan.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde vaststellen dan 40 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde 45 Kosteneenheden niet te boven mag gaan, voor wat betreft:
a. geprojecteerde woningen,
b. woningen die in plaats van geprojecteerde woningen worden gebouwd, omdat het geldende bestemmingsplan om financieel-economische redenen moet worden herzien, of
c. woningen die om redenen van bedrijfs- of grondgebondenheid noodzakelijk zijn.
4. Gedeputeerde staten kunnen een hogere waarde als bedoeld in het tweede en derde lid alleen vaststellen indien zodanige geluidwerende voorzieningen aan de woning worden getroffen, dat de geluidsbelasting binnen de woning een milieuhygiënisch aanvaardbaar niveau niet te boven gaat.
5. Onverminderd het vierde lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde als bedoeld in het tweede lid en in het derde lid voor wat betreft de in dat lid onder a en b bedoelde woningen alleen vaststellen indien naar hun oordeel:
a. de woningen een open plaats in de bestaande te handhaven bebouwing opvullen;
b. uit een beschrijving van de verwachte ontwikkeling van het luchtverkeer op het luchtvaartterrein en de daarmee samenhangende geluidsbelasting door luchtvaartuigen blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse binnen redelijke termijn tot 35 Kosteneenheden of minder zal afnemen;
c. de woningen zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, of
d. de woningen zullen dienen voor de huisvesting van door de gemeente aangewezen woningzoekenden voor wie huisvesting elders in het woningmarktgebied op overwegende bezwaren zou stuiten.
6. Onverminderd het vierde en vijfde lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde als bedoeld in het derde lid voor wat betreft de in dat lid, onder b, bedoelde woningen slechts vaststellen indien het voorziene aantal geluidgehinderden en de aan de woningen optredende geluidsbelasting niet wezenlijk toenemen.
2. Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van woningen als bedoeld in het eerste lid een hogere waarde vaststellen dan 35 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde 40 Kosteneenheden niet te boven mag gaan.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde vaststellen dan 40 Kosteneenheden, met dien verstande dat deze waarde 45 Kosteneenheden niet te boven mag gaan, voor wat betreft:
a. geprojecteerde woningen,
b. woningen die in plaats van geprojecteerde woningen worden gebouwd, omdat het geldende bestemmingsplan om financieel-economische redenen moet worden herzien, of
c. woningen die om redenen van bedrijfs- of grondgebondenheid noodzakelijk zijn.
4. Gedeputeerde staten kunnen een hogere waarde als bedoeld in het tweede en derde lid alleen vaststellen indien zodanige geluidwerende voorzieningen aan de woning worden getroffen, dat de geluidsbelasting binnen de woning een milieuhygiënisch aanvaardbaar niveau niet te boven gaat.
5. Onverminderd het vierde lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde als bedoeld in het tweede lid en in het derde lid voor wat betreft de in dat lid onder a en b bedoelde woningen alleen vaststellen indien naar hun oordeel:
a. de woningen een open plaats in de bestaande te handhaven bebouwing opvullen;
b. uit een beschrijving van de verwachte ontwikkeling van het luchtverkeer op het luchtvaartterrein en de daarmee samenhangende geluidsbelasting door luchtvaartuigen blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse binnen redelijke termijn tot 35 Kosteneenheden of minder zal afnemen;
c. de woningen zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, of
d. de woningen zullen dienen voor de huisvesting van door de gemeente aangewezen woningzoekenden voor wie huisvesting elders in het woningmarktgebied op overwegende bezwaren zou stuiten.
6. Onverminderd het vierde en vijfde lid kunnen gedeputeerde staten een hogere waarde als bedoeld in het derde lid voor wat betreft de in dat lid, onder b, bedoelde woningen slechts vaststellen indien het voorziene aantal geluidgehinderden en de aan de woningen optredende geluidsbelasting niet wezenlijk toenemen.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007190
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl