BWBR0007186
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 7
Reisregeling binnenland politie
1. De vergoeding wegens verblijfkosten als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het besluitomvat voor ieder vol etmaal dat de dienstreis duurt:
a. een bedrag van € 3,84 voor kleine uitgaven onderweg (dagcomponent),
b. een bedrag van € 11,48 voor kleine uitgaven 's avonds (avondcomponent),
2. De aanspraak op de in het eerste lid bedoelde vergoedingen bestaat slechts indien voor het verkrijgen van de respectievelijke verstrekkingen kosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid.
3. Bij aansluitende dienstreizen kan de avondcomponent, bedoeld in het eerste lid, niet langer dan voor de eerste 10 avonden worden toegekend. Voor ieder volgend etmaal dat binnen die dienstreizen valt, wordt de avondcomponent gehalveerd.
4. Voor een resterend gedeelte van een etmaal danwel voor een incidentele dienstreis van kortere duur dan een etmaal worden de uit te keren bedragen voor verblijfkosten berekend overeenkomstig het eerste, het tweede en het derde lid, met dien verstande dat:
a. de dagcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat ten minste 4 uren in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt;
b. de avondcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat er kosten voor logies zijn gemaakt;
c. de lunchcomponent respectievelijk de dinercomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tijd tussen 12.00 uur en 14.00 uur respectievelijk tussen 18.00 uur en 20.00 uur geheel in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt;
d. de ontbijtcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tijd tussen 06.00 uur en 08.00 uur geheel in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt.
a. een bedrag van € 3,84 voor kleine uitgaven onderweg (dagcomponent),
b. een bedrag van € 11,48 voor kleine uitgaven 's avonds (avondcomponent),
2. De aanspraak op de in het eerste lid bedoelde vergoedingen bestaat slechts indien voor het verkrijgen van de respectievelijke verstrekkingen kosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid.
3. Bij aansluitende dienstreizen kan de avondcomponent, bedoeld in het eerste lid, niet langer dan voor de eerste 10 avonden worden toegekend. Voor ieder volgend etmaal dat binnen die dienstreizen valt, wordt de avondcomponent gehalveerd.
4. Voor een resterend gedeelte van een etmaal danwel voor een incidentele dienstreis van kortere duur dan een etmaal worden de uit te keren bedragen voor verblijfkosten berekend overeenkomstig het eerste, het tweede en het derde lid, met dien verstande dat:
a. de dagcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat ten minste 4 uren in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt;
b. de avondcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat er kosten voor logies zijn gemaakt;
c. de lunchcomponent respectievelijk de dinercomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tijd tussen 12.00 uur en 14.00 uur respectievelijk tussen 18.00 uur en 20.00 uur geheel in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt;
d. de ontbijtcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tijd tussen 06.00 uur en 08.00 uur geheel in het resterende gedeelte of in de dienstreis valt.