BWBR0007183
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 2
Vrijstellingsregeling Westerschelde
1. Van artikel 6c, eerste lid, van het Reglement zee- en kustvisserij 1977wordt aan ondernemers vrijstelling verleend voor het uitoefenen van de riviervisserij met de boomkor met vaartuigen, alsmede voor het aan boord van zodanige vaartuigen aanwezig hebben van een boomkor.
2. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling wordt slechts verleend voor vaartuigen:
a. met ten hoogste twee boomkorren waarvan de individuele lengte niet meer bedraagt dan 4.5 meter, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven of verlengd en
b. waarvan de ondernemer beschikt over een akte van consent afgegeven door het Waterschoutsambt te Antwerpen voor de visserij op de Westerschelde als bedoeld in het Reglement van 20 mei 1843 ter uitvoering van artikel 9 van het Verdrag van 19 april 1839 betreffende de uitoefening van het recht der visscherij en van den vischhandel.
3. In afwijking van onderdeel a van het tweede lid wordt voor de gerichte riviervisserij op garnalen de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, verleend voor vaartuigen met ten hoogste twee boomkorren waarvan de individuele lengte niet meer bedraagt dan 12 meter, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven of verlengd.
2. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling wordt slechts verleend voor vaartuigen:
a. met ten hoogste twee boomkorren waarvan de individuele lengte niet meer bedraagt dan 4.5 meter, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven of verlengd en
b. waarvan de ondernemer beschikt over een akte van consent afgegeven door het Waterschoutsambt te Antwerpen voor de visserij op de Westerschelde als bedoeld in het Reglement van 20 mei 1843 ter uitvoering van artikel 9 van het Verdrag van 19 april 1839 betreffende de uitoefening van het recht der visscherij en van den vischhandel.
3. In afwijking van onderdeel a van het tweede lid wordt voor de gerichte riviervisserij op garnalen de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, verleend voor vaartuigen met ten hoogste twee boomkorren waarvan de individuele lengte niet meer bedraagt dan 12 meter, gemeten tussen de uiteinden van de constructie, zonder dat er voorzieningen zijn getroffen waardoor de boomkor kan worden uitgeschoven of verlengd.